maandag 1 februari 2010
South Sudan
Vandaag wil ik hier bekendmaken dat ik volgende week vertrek naar South Sudan om in de 'hoofdstad' Juba te gaan werken als Education Specialist voor Mercy Corps. Dus niet terug naar Afghanistan for the time being.
zaterdag 28 maart 2009
Voorlopig laatste bericht
Vanmiddag nog even naar mijn kapper, de beste die ik ooit gehad heb. Vanavond een dineetje met wat selecte vrienden van Save the Children in mijn favoriete Chinese restaurant Golden Keys (www.goldenkeykabul.com). Nog twee dagen ben ik in Afghanistan en dan zit mijn jaar hier er op.
Gisteren heeft Barack Obama zijn nieuwe Afghanistan/Pakistan politiek gepresenteerd, indrukwekkend!!! Het kankergezwel, bestaande uit Al Qaida en aanverwante radicale moslim groepen, vormt een gevaar voor de hele wereld en het moet verslagen worden. Het heeft zich verspreid over Afghanistan, Pakistan en dringt nu binnen in India. Het is aanwezig in het Midden Oosten, Europa en Amerika. De hele morgen zijn er interviews op BBC geweest en er is een brede concensus, hopelijk gaat het lukken…..
Het was een enerverend jaar, dankzij internet en satelliet tv kon ik goed op de hoogte blijven over wat er in de wereld gebeurt. Ik was hier ook alleen, dus ik heb erg veel kunnen lezen en studeren over de regio. Het was ook een zwaar jaar, door de enorme security restricties van Save the Children heb ik weinig van dit prachtige land kunnen zien. Ik heb een trip naar Uruzgan gemaakt, ben eenmaal tien dagen in de noordelijke stad Mazar-e-Shariff geweest, heb een kort bezoek gebracht aan Tajikistan, ons noordelijke buurland, en ben een weekje in New Delhi geweest.
Ik had graag met de auto gereden naar Herat, de oude cultuurstad in het Westen, aan de grens met Iran, door de prachtige Hindu Kush bergen; ik had graag met mijn collega Talib naar Islamabad in Pakistan willen rijden door de beroemde Kyber Pass, de hoogste pas ter wereld, maar jullie hebben het misschien gehoord, gisteravond nog is daar een moskee opgeblazen met 48 doden; ik had Kandahar willen bezoeken, waar we zelfs een onderwijsproject hebben en waar mijn collegas van Save wekelijks vroegen wanneer ik eens kwam; ik had Bamyan willen bezoeken waar de Taliban de Boedha beelden hebben opgeblazen; ik had, ik had, ik had…..
Het was dus ook moeilijk om mijn primaire taak uit te voeren: het brengen van goed onderwijs aan de meerendeels ongeletterde bevolking van Afghanistan. We begonnen vandaag ergens een schooltje in het zuiden en morgen komen de Taliban en steken de hele zaak in brand; dit komt niet eenmaal voor, maar vele malen. Onderwijzers, vaak vrouwen, worden eenvoudigweg doodgeschoten. De Taliban worden sterker, zelfs hier in Kabul waren de laatste maanden vele aanslagen, ondanks de overweldigende politiemacht.
Praten met de Taliban? Ja natuurlijk, maar praten met wie? Het is een ongeregelde groep van ongeletterde boeren en criminelen, die opereren in het hele land, en financieel in stand gehouden door de enorme opbrengsten van de opium handel. Er is geen bestuur, geen voorzitter of een telefoonummer dat je kunt bellen om een afspraak te maken voor een gesprek.
Het is van groot belang dat Obama naast soldaten ook ontwikkelingswerkers hier naartoe gaat sturen, de arme bevolking van dit land heeft bovenal behoefte aan ontwikkeling, gewoon scholen en ziekenhuizen, gewoon eten en gelukkig zijn, leven in vrede. Maar een voorwaarde hiervoor is wel dat de tegenkrachten verslagen worden.
1500 Nederlanders zitten in Kamp Holland in Uruzgan, maar het wordt steeds vaker Uruzdam genoemd, een zelfde aantal Canadezen zit in Kandahar wat ook wel Canadahar wordt genoemd. Ze doen bewonderingswaardig werk, maar het wordt tijd dat het grootschaliger en gecoordineerder gaat gebeuren en de enige die dat coordineren kan gaan doen, is wereldmacht Amerika. Dat is het belang het initiatief van Obama. Het is geen gemakkelijke klus, vooral ook omdat de kern van het probleem niet hier is maar in Pakistan; het is echter wel de enige mogelijkheid om hier uiteindelijk vrede en ontwikkeling te brengen. Het plan is dat dit alles gaat gebeuren in goede coordinatie met alle omringende landen hier en ook dat is van cruciaal belang.
Overmorgen dus ga ik naar Nederland en verlaat dit prachtige land met haar rijke en lieve bevolking. Er is een tijd van komen en een tijd van gaan, zeggen ze dan. Toch heb ik het gevoel dat dit niet de laatste keer is dat ik hier kom; eerst even een maandje uitrusten in Nijmegen, alles op een rijtje zetten en op naar de volgende klus.
Ik sluit deze blog niet.....wie weet krijgt het nog een vervolg.....
Gisteren heeft Barack Obama zijn nieuwe Afghanistan/Pakistan politiek gepresenteerd, indrukwekkend!!! Het kankergezwel, bestaande uit Al Qaida en aanverwante radicale moslim groepen, vormt een gevaar voor de hele wereld en het moet verslagen worden. Het heeft zich verspreid over Afghanistan, Pakistan en dringt nu binnen in India. Het is aanwezig in het Midden Oosten, Europa en Amerika. De hele morgen zijn er interviews op BBC geweest en er is een brede concensus, hopelijk gaat het lukken…..
Het was een enerverend jaar, dankzij internet en satelliet tv kon ik goed op de hoogte blijven over wat er in de wereld gebeurt. Ik was hier ook alleen, dus ik heb erg veel kunnen lezen en studeren over de regio. Het was ook een zwaar jaar, door de enorme security restricties van Save the Children heb ik weinig van dit prachtige land kunnen zien. Ik heb een trip naar Uruzgan gemaakt, ben eenmaal tien dagen in de noordelijke stad Mazar-e-Shariff geweest, heb een kort bezoek gebracht aan Tajikistan, ons noordelijke buurland, en ben een weekje in New Delhi geweest.
Ik had graag met de auto gereden naar Herat, de oude cultuurstad in het Westen, aan de grens met Iran, door de prachtige Hindu Kush bergen; ik had graag met mijn collega Talib naar Islamabad in Pakistan willen rijden door de beroemde Kyber Pass, de hoogste pas ter wereld, maar jullie hebben het misschien gehoord, gisteravond nog is daar een moskee opgeblazen met 48 doden; ik had Kandahar willen bezoeken, waar we zelfs een onderwijsproject hebben en waar mijn collegas van Save wekelijks vroegen wanneer ik eens kwam; ik had Bamyan willen bezoeken waar de Taliban de Boedha beelden hebben opgeblazen; ik had, ik had, ik had…..
Het was dus ook moeilijk om mijn primaire taak uit te voeren: het brengen van goed onderwijs aan de meerendeels ongeletterde bevolking van Afghanistan. We begonnen vandaag ergens een schooltje in het zuiden en morgen komen de Taliban en steken de hele zaak in brand; dit komt niet eenmaal voor, maar vele malen. Onderwijzers, vaak vrouwen, worden eenvoudigweg doodgeschoten. De Taliban worden sterker, zelfs hier in Kabul waren de laatste maanden vele aanslagen, ondanks de overweldigende politiemacht.
Praten met de Taliban? Ja natuurlijk, maar praten met wie? Het is een ongeregelde groep van ongeletterde boeren en criminelen, die opereren in het hele land, en financieel in stand gehouden door de enorme opbrengsten van de opium handel. Er is geen bestuur, geen voorzitter of een telefoonummer dat je kunt bellen om een afspraak te maken voor een gesprek.
Het is van groot belang dat Obama naast soldaten ook ontwikkelingswerkers hier naartoe gaat sturen, de arme bevolking van dit land heeft bovenal behoefte aan ontwikkeling, gewoon scholen en ziekenhuizen, gewoon eten en gelukkig zijn, leven in vrede. Maar een voorwaarde hiervoor is wel dat de tegenkrachten verslagen worden.
1500 Nederlanders zitten in Kamp Holland in Uruzgan, maar het wordt steeds vaker Uruzdam genoemd, een zelfde aantal Canadezen zit in Kandahar wat ook wel Canadahar wordt genoemd. Ze doen bewonderingswaardig werk, maar het wordt tijd dat het grootschaliger en gecoordineerder gaat gebeuren en de enige die dat coordineren kan gaan doen, is wereldmacht Amerika. Dat is het belang het initiatief van Obama. Het is geen gemakkelijke klus, vooral ook omdat de kern van het probleem niet hier is maar in Pakistan; het is echter wel de enige mogelijkheid om hier uiteindelijk vrede en ontwikkeling te brengen. Het plan is dat dit alles gaat gebeuren in goede coordinatie met alle omringende landen hier en ook dat is van cruciaal belang.
Overmorgen dus ga ik naar Nederland en verlaat dit prachtige land met haar rijke en lieve bevolking. Er is een tijd van komen en een tijd van gaan, zeggen ze dan. Toch heb ik het gevoel dat dit niet de laatste keer is dat ik hier kom; eerst even een maandje uitrusten in Nijmegen, alles op een rijtje zetten en op naar de volgende klus.
Ik sluit deze blog niet.....wie weet krijgt het nog een vervolg.....
zaterdag 24 januari 2009
Rust en optimisme in Kabul
Na hele prettige kerst- en nieuwjaarsdagen in Nijmegen, enkele prachtige concerten, ben ik teruggekeerd in Save the Children’s guest house in Afghanistan voor de laatste drie maanden van mijn eenjarig contract. Het jaar is vlug voorbijgegaan.
Het is rustig in Kabul, net of iedereen wacht op de initiatieven van de nieuwe President Obama. Ook hier in Kabul is de inauguratie van Obama veel bekeken en mijn Afghaanse vrienden wachten in spanning op wat er nu gaat gebeuren en ze vragen zich hoopvol af of er nu eindelijk iets gaat veranderen hier na meer dan dertig jaar ellende. Ik realiseer me dat meer dan 80% van alle Afghanen alleen een situatie van oorlog heeft meegemaakt; een ‘normale’ situatie van vreedzame ontwikkeling kennen ze niet.
Mijn eerste dagen hier werden gekenmerkt door een uitermate plezierig bezoek van de Directeur van Save the Children Nederland, Holke Wierema. We hebben kunnen praten over de grote belangstelling in Nederland voor de ontwikkelingen in Afghanistan.
Om daar nog een voorbeeld van te geven wil ik hier wat verder ingaan op een bezoekje dat ik gisteren mocht brengen aan Laila, waar ik in een eerder bericht over vertelde.
Heel in het kort: Laila is een Afghaanse vrouw, die in Nijmegen heeft gewoond en gewerkt, oa bij de moeder van Bess. Haar man Khalid had haar jaren terug aangeraden om Afghanistan te verlaten en te vluchten voor het vele geweld hier, samen met haar drie kinderen: dochter Maryam en zonen Mustafa en Nasser. Khalid bleef alleen achter. Laila kreeg na enkele jaren geen toestemming om in Nederland te blijven en moest met haar kinderen terug naar Afghanistan. Door een toeval vond ze haar man Khalid terug, met wie ze al die jaren geen contact had gehad.
Het gezin ging wonen in een klein huurhuisje zonder elektriciteit in een van de buitenwijken van Kabul. Al snel kwam er een derde kind, Ilias; volgens mijn Afghaanse vrienden een geschenk van Allah.
Maryam, Nasser en Mustafa gingen naar een gewone Afghaanse school, wat een grote achteruitgang voor hen betekende nadat ze al die jaren in Nijmegen in De Muze naar school waren gegaan. De schooluren waren van 10:00 tot 13:00, als er al een leraar was; er zaten vijftig kinderen in de klas en voor Maryam was het een moeilijke periode, waar ze zich bewonderenswaardig goed doorheen sloeg. In haar vrije uren volgde ze een cursus Engels.
Intussen hield Maryam via het internet contact met haar vele vriendinnen in Nijmegen. De ouders van die vriendinnen zetten een stichting op en verzamelden geld in om de familie te steunen.
Het eerste resultaat is dat het gezin nu is verhuisd. Nu wonen ze in prima flat in het centrum van Kabul, met elektriciteit, betaald door de Stichting.
Een tweede belangrijke resultaat is dat Maryam in Maart als het nieuwe schooljaar begint naar een andere school kan gaan; een privé middelbare school gerund door Afghanen met onderwijs in het Engels. Deze school heeft slecht vijftien kinderen in de klas en de lesuren zijn van 8:00 tot 13:00 met gemotiveerde leraren. Het schoolgeld van 60 dollar per maand wordt betaald door de Nijmeegse stichting. Na de laatste twee jaar middelbare school wil Maryam gaan studeren in Kabul aan een van de privé universiteiten, misschien wel tandheelkunde (????)
Mustafa moet nog vier jaar naar de middelbare school en gaat nu ook naar de privé school waar Maryam naar toe gaat. De schoolgelden voor Mustafa worden betaald door Khalid, die werk heeft in een lokale apotheek. Hieruit blijkt ook het grote belang dat het gezin hecht aan goed onderwijs voor hun kinderen.
Ilias huppelt intussen als een volmaakt gelukkig kind rond in de nieuwe flat, terwijl zijn veel oudere broer en zus en Laila hem liefdevol voorbereiden op wat er voor hem komen gaat.
Een optimistisch verhaal dat laat zien dat gerichte steun vanuit Nederland wel degelijk een belangrijke impact kan hebben op het leven van de mensen hier; alle hulde voor de Nijmeegse gezinnen die dit mogelijk hebben gemaakt.
Het is rustig in Kabul, net of iedereen wacht op de initiatieven van de nieuwe President Obama. Ook hier in Kabul is de inauguratie van Obama veel bekeken en mijn Afghaanse vrienden wachten in spanning op wat er nu gaat gebeuren en ze vragen zich hoopvol af of er nu eindelijk iets gaat veranderen hier na meer dan dertig jaar ellende. Ik realiseer me dat meer dan 80% van alle Afghanen alleen een situatie van oorlog heeft meegemaakt; een ‘normale’ situatie van vreedzame ontwikkeling kennen ze niet.
Mijn eerste dagen hier werden gekenmerkt door een uitermate plezierig bezoek van de Directeur van Save the Children Nederland, Holke Wierema. We hebben kunnen praten over de grote belangstelling in Nederland voor de ontwikkelingen in Afghanistan.
Om daar nog een voorbeeld van te geven wil ik hier wat verder ingaan op een bezoekje dat ik gisteren mocht brengen aan Laila, waar ik in een eerder bericht over vertelde.
Heel in het kort: Laila is een Afghaanse vrouw, die in Nijmegen heeft gewoond en gewerkt, oa bij de moeder van Bess. Haar man Khalid had haar jaren terug aangeraden om Afghanistan te verlaten en te vluchten voor het vele geweld hier, samen met haar drie kinderen: dochter Maryam en zonen Mustafa en Nasser. Khalid bleef alleen achter. Laila kreeg na enkele jaren geen toestemming om in Nederland te blijven en moest met haar kinderen terug naar Afghanistan. Door een toeval vond ze haar man Khalid terug, met wie ze al die jaren geen contact had gehad.
Het gezin ging wonen in een klein huurhuisje zonder elektriciteit in een van de buitenwijken van Kabul. Al snel kwam er een derde kind, Ilias; volgens mijn Afghaanse vrienden een geschenk van Allah.
Maryam, Nasser en Mustafa gingen naar een gewone Afghaanse school, wat een grote achteruitgang voor hen betekende nadat ze al die jaren in Nijmegen in De Muze naar school waren gegaan. De schooluren waren van 10:00 tot 13:00, als er al een leraar was; er zaten vijftig kinderen in de klas en voor Maryam was het een moeilijke periode, waar ze zich bewonderenswaardig goed doorheen sloeg. In haar vrije uren volgde ze een cursus Engels.
Intussen hield Maryam via het internet contact met haar vele vriendinnen in Nijmegen. De ouders van die vriendinnen zetten een stichting op en verzamelden geld in om de familie te steunen.
Het eerste resultaat is dat het gezin nu is verhuisd. Nu wonen ze in prima flat in het centrum van Kabul, met elektriciteit, betaald door de Stichting.
Een tweede belangrijke resultaat is dat Maryam in Maart als het nieuwe schooljaar begint naar een andere school kan gaan; een privé middelbare school gerund door Afghanen met onderwijs in het Engels. Deze school heeft slecht vijftien kinderen in de klas en de lesuren zijn van 8:00 tot 13:00 met gemotiveerde leraren. Het schoolgeld van 60 dollar per maand wordt betaald door de Nijmeegse stichting. Na de laatste twee jaar middelbare school wil Maryam gaan studeren in Kabul aan een van de privé universiteiten, misschien wel tandheelkunde (????)
Mustafa moet nog vier jaar naar de middelbare school en gaat nu ook naar de privé school waar Maryam naar toe gaat. De schoolgelden voor Mustafa worden betaald door Khalid, die werk heeft in een lokale apotheek. Hieruit blijkt ook het grote belang dat het gezin hecht aan goed onderwijs voor hun kinderen.
Ilias huppelt intussen als een volmaakt gelukkig kind rond in de nieuwe flat, terwijl zijn veel oudere broer en zus en Laila hem liefdevol voorbereiden op wat er voor hem komen gaat.
Een optimistisch verhaal dat laat zien dat gerichte steun vanuit Nederland wel degelijk een belangrijke impact kan hebben op het leven van de mensen hier; alle hulde voor de Nijmeegse gezinnen die dit mogelijk hebben gemaakt.
vrijdag 21 november 2008
Soort van rust in Kabul
De eerste sneeuw is hier vannacht gevallen, de toppen van de majestueuze Hindu Kush bergen zijn weer helemaal wit, de winter komt er hier ook aan. Hier in huis is geen centrale verwarming, alle kamers hebben bukhari’s, kachels waar hout in gestookt wordt. Het werkt voortreffelijk, het enige probleem is dat er geen knop aan zit om het zachter af te stellen.
Afghanistan lijkt een beetje rustig deze dagen en ook in Kabul is de rust weergekeerd na enkele uiterst laffe moorden op en ontvoeringen van buitenlandse werkers: Twee medewerkers van DHL vermoord; enkele journalisten ontvoerd, waaronder een Nederlandse; een Engelse medewerker van een Christelijke NGO vlakbij ons kantoor doodgeschoten, etc. Enkele weken moesten we dus strikt thuisblijven in ons guest house, maar recentelijk is onze bewegingsvrijheid weer iets verruimd: we mogen soms weer naar een restaurant in de stad.
Er wordt hier veel gesproken over mogelijke gesprekken met de Taliban. President Karzai heeft eerder deze week aangeboden dat de voormalige Taliban leider Mullah Omar wat hem betreft gratie kan krijgen als hij uit zijn schuilplaats tevoorschijn komt en wil onderhandelen. Ook ik ben in principe altijd voor vreedzaam onderhandelen, maar moet je onderhandelen met mensen die zulke ernstige misdaden hebben begaan? Dat vragen veel van mijn vrienden zich hier af. De Taliban gaan maar door met afschuwelijk misdaden; vorige week nog hebben ze zoutzuur gegooid in de gezichten van enkele meisjes in Kandahar die de ‘misdaad’ hadden begaan om naar school te gaan. Deze week hebben ze een enorm voedseltransport van het World Food Programme gekaapt op de weg van Pakistan naar Afghanistan bestemd voor de hongerende bevolking hier. Tijdens het bewind van de Taliban hier tot 2001 mochten meisjes niet naar school en werd vrouwen verboden om zich te laten behandelen in het ziekenhuis, etc. etc. Moet je met deze mensen gaan onderhandelen? Het blijft voor mij uiterst moeilijk om een direct antwoord te geven op deze vraag, maar ik kan begrijpen dat veel van mijn vrienden hier grote problemen mee hebben.
Ons onderwijs werk gaat gestaag verder. Save the Children is zo langzamerhand de belangrijkste partner van het Ministerie van Onderwijs vooral nu we begonnen zijn met de nieuwe grote projecten van de Wereldbank om leraren van middelbare scholen te gaan trainen. Zoals ik al eerder heb verteld, sinds 2001 is de regering hier bezig om kinderen in het lagere onderwijs te krijgen, vele kinderen zijn daar nu zo’n beetje klaar mee en nu gaan ze proberen een vervolg voor hen te creëren. We werken in die projecten samen in een consortium van lokale NGO’s die het ‘vuile werk’ gaan opknappen in de onrustige provincies in het zuiden. Wij mogen daar niet komen vanwege de security, maar we helpen hen zoveel mogelijk en proberen zo toch samen iets op gang te brengen in het zuiden. Uiteindelijk gaat het om het winnen van de ‘hearts and minds’ van de gewone Afghanen, ook in het zuiden, zij moeten uiteindelijk hun land verder tot ontwikkeling brengen.
Ik volg hier nauwgezet op de BBC en CNN de beroeringen in de internationale 'grote' wereld. De financiële crisis die steeds meer uit de hand lijkt te lopen en de afschuwelijke zaken die gebeuren in vele landen van de wereld, waaronder natuurlijk de oorlogen in mijn geliefde Afrika. Het lijkt er soms op dat de financiële crisis een beetje aan Afghanistan voorbij gaat: de mensen hier leven al zo lang in een crisis. Het kan hier bijna niet slechter gaan dan zoals het nu gaat. Natuurlijk, de mensen hier worden getroffen door de duurdere voedselprijzen maar ze hebben al zo weinig voedsel, dus nu wordt het nog minder en minder: minder dan minder.
Een paar jaar geleden was ik nog enige tijd in Rwanda, een prachtig land met veel regen en dus schitterend groen met heuvels, dalen en meren. De mensen waren lief en toegankelijk. UNICEF heb ik daar geholpen om een onderwijsproject op te zetten voor een getraumatiseerd volk dat de enorme genocide, waarbij miljoenen mensen zijn vermoord, te boven aan het komen was. Nu is het opnieuw oorlog, net over grens van Rwanda en de Kongo worden weer duizenden mensen vermoord. Moeten we daar nu als Europa weer soldaten naar toe sturen om de strijdende partijen uit elkaar te houden?
Olietankers worden gekaapt voor de kust van mijn geliefde Somalië, nog steeds een van de armste landen ter wereld, met weinig positieve vooruitzichten op verbetering. Moeten we ook daar een leger op afsturen om dat te voorkomen en verbeteren? Kortom, veel werk aan de winkel voor onze geliefde nieuwe leider van het Westen: Obama en misschien Hillary……
Intussen is het hier al weer vijf uur en wordt het snel donker. Vanavond gaan we even eten in het Verenigde Naties guest house; op vrijdag wordt er hier niet gekookt voor ons in huis. Begin December hebben we een weekje vrij omdat de moslims ID vieren. Waarschijnlijk ga ik met mijn collega Talib een weekje naar Islamabad, waar hij zijn familie gaat bezoeken. Het lijkt me leuk om weer een nieuw land te bezoeken en vooral ook om met de vrienden van Talib te praten over de boeiende ontwikkelingen in de regio hier. Als ik terugkom in Kabul zijn we al weer snel bij 22 December en dan vlieg ik voor enkele weken naar Nijmegen om heerlijk met Bess de kerst te vieren.
Het leven in Kabul gaat dus gewoon verder, mijn werk is nog steeds enorm leuk en uitdagend, mijn collega’s op het werk zijn erg gemotiveerd en mijn Afghaanse vrienden zijn betrokken bij wat we hier samen aan het proberen zijn op te bouwen. Onderwijs blijft toch een van de basiselementen voor een betere toekomst en veel Afghanen begrijpen dat. Het Ministerie van Onderwijs zit ook vol met ambtenaren die proberen het beste ervan te maken ondanks het feit dat ze in onze ogen erbarmelijke arbeidsomstandigheden hebben. Ik heb grote bewondering voor al die Afghanen die hier ondanks alles blijven en niet vluchten naar landen als Nederland. Het is vaak erg moeilijk voor ze hier en ze vragen me soms of ik niet iets kan regelen voor ze in Nederland. Je kunt je afvragen of ze het in Nederland beter zullen hebben dan hier? Maar uiteindelijk gaan ze dan toch hier door en doen ze alles om een verandering ten goede te bevorderen. Dat er ook oppositie tegen ze is, ja, dat is jammer, maar samen met de internationale hulp proberen ze om die te overwinnen.
Soms lijkt het er op dat het een beetje de goede kant uitgaat met Afghanistan, het is mogelijk om optimistisch tegen dit land aan te kijken. Maar dan plotseling kan er weer van alles afschuwelijks gebeuren.
Daarom blijven we enorm alert, nemen geen risico’s en proberen er samen met onze Afghaanse vrienden het beste van te maken.
Het is nu zaterdagmorgen, de zon schijnt en het is rustig op deze laatste dag van het weekend. Morgen gaan we weer gewoon werken......
Afghanistan lijkt een beetje rustig deze dagen en ook in Kabul is de rust weergekeerd na enkele uiterst laffe moorden op en ontvoeringen van buitenlandse werkers: Twee medewerkers van DHL vermoord; enkele journalisten ontvoerd, waaronder een Nederlandse; een Engelse medewerker van een Christelijke NGO vlakbij ons kantoor doodgeschoten, etc. Enkele weken moesten we dus strikt thuisblijven in ons guest house, maar recentelijk is onze bewegingsvrijheid weer iets verruimd: we mogen soms weer naar een restaurant in de stad.
Er wordt hier veel gesproken over mogelijke gesprekken met de Taliban. President Karzai heeft eerder deze week aangeboden dat de voormalige Taliban leider Mullah Omar wat hem betreft gratie kan krijgen als hij uit zijn schuilplaats tevoorschijn komt en wil onderhandelen. Ook ik ben in principe altijd voor vreedzaam onderhandelen, maar moet je onderhandelen met mensen die zulke ernstige misdaden hebben begaan? Dat vragen veel van mijn vrienden zich hier af. De Taliban gaan maar door met afschuwelijk misdaden; vorige week nog hebben ze zoutzuur gegooid in de gezichten van enkele meisjes in Kandahar die de ‘misdaad’ hadden begaan om naar school te gaan. Deze week hebben ze een enorm voedseltransport van het World Food Programme gekaapt op de weg van Pakistan naar Afghanistan bestemd voor de hongerende bevolking hier. Tijdens het bewind van de Taliban hier tot 2001 mochten meisjes niet naar school en werd vrouwen verboden om zich te laten behandelen in het ziekenhuis, etc. etc. Moet je met deze mensen gaan onderhandelen? Het blijft voor mij uiterst moeilijk om een direct antwoord te geven op deze vraag, maar ik kan begrijpen dat veel van mijn vrienden hier grote problemen mee hebben.
Ons onderwijs werk gaat gestaag verder. Save the Children is zo langzamerhand de belangrijkste partner van het Ministerie van Onderwijs vooral nu we begonnen zijn met de nieuwe grote projecten van de Wereldbank om leraren van middelbare scholen te gaan trainen. Zoals ik al eerder heb verteld, sinds 2001 is de regering hier bezig om kinderen in het lagere onderwijs te krijgen, vele kinderen zijn daar nu zo’n beetje klaar mee en nu gaan ze proberen een vervolg voor hen te creëren. We werken in die projecten samen in een consortium van lokale NGO’s die het ‘vuile werk’ gaan opknappen in de onrustige provincies in het zuiden. Wij mogen daar niet komen vanwege de security, maar we helpen hen zoveel mogelijk en proberen zo toch samen iets op gang te brengen in het zuiden. Uiteindelijk gaat het om het winnen van de ‘hearts and minds’ van de gewone Afghanen, ook in het zuiden, zij moeten uiteindelijk hun land verder tot ontwikkeling brengen.
Ik volg hier nauwgezet op de BBC en CNN de beroeringen in de internationale 'grote' wereld. De financiële crisis die steeds meer uit de hand lijkt te lopen en de afschuwelijke zaken die gebeuren in vele landen van de wereld, waaronder natuurlijk de oorlogen in mijn geliefde Afrika. Het lijkt er soms op dat de financiële crisis een beetje aan Afghanistan voorbij gaat: de mensen hier leven al zo lang in een crisis. Het kan hier bijna niet slechter gaan dan zoals het nu gaat. Natuurlijk, de mensen hier worden getroffen door de duurdere voedselprijzen maar ze hebben al zo weinig voedsel, dus nu wordt het nog minder en minder: minder dan minder.
Een paar jaar geleden was ik nog enige tijd in Rwanda, een prachtig land met veel regen en dus schitterend groen met heuvels, dalen en meren. De mensen waren lief en toegankelijk. UNICEF heb ik daar geholpen om een onderwijsproject op te zetten voor een getraumatiseerd volk dat de enorme genocide, waarbij miljoenen mensen zijn vermoord, te boven aan het komen was. Nu is het opnieuw oorlog, net over grens van Rwanda en de Kongo worden weer duizenden mensen vermoord. Moeten we daar nu als Europa weer soldaten naar toe sturen om de strijdende partijen uit elkaar te houden?
Olietankers worden gekaapt voor de kust van mijn geliefde Somalië, nog steeds een van de armste landen ter wereld, met weinig positieve vooruitzichten op verbetering. Moeten we ook daar een leger op afsturen om dat te voorkomen en verbeteren? Kortom, veel werk aan de winkel voor onze geliefde nieuwe leider van het Westen: Obama en misschien Hillary……
Intussen is het hier al weer vijf uur en wordt het snel donker. Vanavond gaan we even eten in het Verenigde Naties guest house; op vrijdag wordt er hier niet gekookt voor ons in huis. Begin December hebben we een weekje vrij omdat de moslims ID vieren. Waarschijnlijk ga ik met mijn collega Talib een weekje naar Islamabad, waar hij zijn familie gaat bezoeken. Het lijkt me leuk om weer een nieuw land te bezoeken en vooral ook om met de vrienden van Talib te praten over de boeiende ontwikkelingen in de regio hier. Als ik terugkom in Kabul zijn we al weer snel bij 22 December en dan vlieg ik voor enkele weken naar Nijmegen om heerlijk met Bess de kerst te vieren.
Het leven in Kabul gaat dus gewoon verder, mijn werk is nog steeds enorm leuk en uitdagend, mijn collega’s op het werk zijn erg gemotiveerd en mijn Afghaanse vrienden zijn betrokken bij wat we hier samen aan het proberen zijn op te bouwen. Onderwijs blijft toch een van de basiselementen voor een betere toekomst en veel Afghanen begrijpen dat. Het Ministerie van Onderwijs zit ook vol met ambtenaren die proberen het beste ervan te maken ondanks het feit dat ze in onze ogen erbarmelijke arbeidsomstandigheden hebben. Ik heb grote bewondering voor al die Afghanen die hier ondanks alles blijven en niet vluchten naar landen als Nederland. Het is vaak erg moeilijk voor ze hier en ze vragen me soms of ik niet iets kan regelen voor ze in Nederland. Je kunt je afvragen of ze het in Nederland beter zullen hebben dan hier? Maar uiteindelijk gaan ze dan toch hier door en doen ze alles om een verandering ten goede te bevorderen. Dat er ook oppositie tegen ze is, ja, dat is jammer, maar samen met de internationale hulp proberen ze om die te overwinnen.
Soms lijkt het er op dat het een beetje de goede kant uitgaat met Afghanistan, het is mogelijk om optimistisch tegen dit land aan te kijken. Maar dan plotseling kan er weer van alles afschuwelijks gebeuren.
Daarom blijven we enorm alert, nemen geen risico’s en proberen er samen met onze Afghaanse vrienden het beste van te maken.
Het is nu zaterdagmorgen, de zon schijnt en het is rustig op deze laatste dag van het weekend. Morgen gaan we weer gewoon werken......
maandag 1 september 2008
Maandagmiddag - Ramadan
Vandaag begint de Ramadan, van zonsopgang tot zonsondergang vasten. De lokale staf op ons kantoor heeft een aangepaste werktijd, om 14:00 kunnen ze naar huis.
Het was trouwens ook om en andere reden groot feest in Kabul. De bronze medaillewinnaar van de Olympische Spelen arriveerde enkele dagen geleden vanuit Beijing. Er was een grote optocht vanaf het vliegveld naar een huis, hier vlakbij, alwaar de hele nacht feest gevierd is. Het is de eerste medaille die Afghanistan ooit veroverd heeft in de geschiedenis van de Olympische Spelen en de mensen die ik sprak waren er duidelijk mee ingenomen. De winnaar kreeg een huis, een auto en US$ 20,000. Ik heb er verder niets van meegekregen en ook niets van gezien, wegens de veiligheid mogen wij ons guesthouse niet verlaten.
Over veiligheid gesproken, het kan nog erger dan bij mijn werkgever Save the Children UK. Ik zou gaan eten met een collega van een bevriende organisatie en wilde met haar afspreken in een restaurant in de stad. Ze vroeg me of ik haar wilde ophalen in haar guesthouse. Daar aangekomen besefte ik de reden dat ik haar moest ophalen. s’Avonds mogen zij niet met een auto naar de stad, dat is volgens haar organisatie te gevaarlijk, de auto kan kapotgaan, daarom reden we in konvooi naar het restaurant,, met haar chauffeur in een lege auto achter onze auto aan…….
Ik ben druk bezig met het treffen van voorbereidingen voor de start van onze nieuwe Wereldbankprojecten. Zoals ik al eerder heb vermeld heeft Save te Children de tender gewonnen om twee grote nieuwe projecten voor de Wereldbank te gaan uitvoeren.
Nadat het Ministerie van Onderwijs en de donoren al wat jaren bezig zijn om het lagere onderwijs in Afghanistan van de grond te krijgen, komen nu de eerste kinderen van die scholen en natuurlijk ontstaat dan de behoefte aan middelbaar onderwijs. Er zijn weinig middelbare scholen en de kwaliteit is slecht. De Wereldbank heeft een groot project geformuleerd om het middelbare onderwijs in Afghanistan te gaan helpen. Wij gaan dat project uitvoeren in zeven provincies in het Noorden en acht provincies in het Zuiden, waaronder de ‘Nederlandse’ provincie Uruzgan.
Wij werken in de uitvoering van deze projecten samen in een consortium met een aantal lokale Afghaanse organisaties. Save the Children en ik mogen vanwege de veiligheid niet naar deze provincies reizen, dus onze dierbare collega’s uit Afghanistan gaan het werk in het veld uitvoeren. In al de provincies gaan we internet aanleggen zodat we vanuit Kabul met hen een goede communicatie kunnen onderhouden. Wat gaan we doen? Een trainingsprogramma opzetten en uitvoeren voor de leraren van de middelbare scholen en voor de managers van deze scholen, het curriculum verbeteren en eventueel wat scholen opknappen. Het project gaat minimaal drie jaar duren en daarmee hopen we kinderen die van de lagere scholen komen een goede mogelijkheid te bieden op een vervolgopleiding.
Voor deze projecten hebben we een goede teamleader nodig. De Wereldbank had een profiel gegeven waaraan deze teamleader zou moeten voldoen. Meestal wordt in een dergelijk geval de positie internationaal geadverteerd en komt er wel een internationale expert op af. We besloten echter in dit geval om te gaan kijken of we niet een goede Afghaan konden vinden; onder andere vanwege de taal en de cultuur leek ons dat een goed idee. Via mijn netwerk kreeg ik het Curriculum Vitae toegespeeld van Nader, een 68-jarige onderwijsdeskundige die in Kabul woont. Zijn curriculum voldeed op het eerste oog in de verste verte niet aan de eisen die het profiel van Wereldbank stelde, maar ik dacht, ik wil toch met hem verder in gesprek gaan. Nadat we een uurtje hadden gepraat stelde ik voor achter de computer te gaan zitten en we hebben zijn curriculum helemaal herschreven en opgepoetst. In de oorspronkelijke versie van zijn curriculum had hij geschreven dat hij zich had beziggehouden met lerarentraining, maar al pratende bleek dat hij ook het curriculum voor het Ministerie had geschreven, leiding had gegeven aan een staf van 20 medewerkers, jaarverslagen had gemaakt en nog vele andere zaken. Zo hebben we in vier/vijf uur tijd zijn curriculum helemaal herzien en de oorspronkelijke 1½ pagina uitgebreid tot vier pagina’s. Het was nu een prima verhaal.
Het Ministerie van Onderwijs en de Wereldbank hier in Kabul vonden het ook een prima CV en Nader gaat benoemd worden tot mijn rechterhand in de uitvoering van het project.
Waarmee ik wil zeggen: Ik denk dat er vele Afghanen hier rondlopen die enorm gemotiveerd zijn en de potentie hebben om een prima bijdrage te leveren aan de opbouw van hun land, maar vaak krijgen zij geen kansen om dat ook daadwerkelijk te doen.
Nader is een hele aardige, bescheiden man die, en daar ben ik van overtuigd, prima gaat functioneren in ons project. Hij is getrouwd en heeft twee dochters in London. Hij is altijd hier gebleven, ook in de erg moeilijke tijden van grote oorlogen hier. Nooit heeft hij zijn land te verlaten, hoewel hij er wel vaak over heeft nagedacht. Uiteindelijk krijgt hij dan nu een kans om een belangrijke baan te gaan vervullen in het kader van de opbouw van zijn land.
Het is een erg stimulerende ervaring voor mij en ik loop al dagen fluitend rond dat ik de gelegenheid krijg om met zo’n prima persoon te gaan samenwerken. Ik heb dus nu een groep Afghaanse organisaties rondom me heen en tenminste een senior Afghaanse medewerker. Er zijn nog enkele vacatures in ons project en ik ga alles op alles zetten om daar ook goede Afghanen voor te vinden; misschien kan ik zelfs proberen om ze uit Nederland te halen????
Begin September kom ik weer een paar weken naar Nederland, oa ook om het lustrum van mijn eerste werkgever het Derde Wereldcentrum van de voormalige Katholieke Universiteit van Nijmegen mee te vieren. Het lijkt me leuk om al die oude vrienden weer eens te ontmoeten, ik heb vele jaren geen contact met ze onderhouden. Ook is het natuurlijk fijn om weer eens rustig door de stad te kunnen wandelen, met de fiets naar een restaurant te gaan en alleen een winkel in te gaan.
Mijn werk hier is enerverend, de collega’s zijn enorm aardig, maar de security maatregelen zijn draconisch. We wonen in een prachtig huis, alles is onlangs opgeschilderd, we hebben een grote tuin met prachtige bomen, maar we kunnen geen stap buiten de deur zetten.
Wat zou het heerlijk zijn om hier in buurt naar een restaurant te wandelen, of op straat een kebab te eten, en heerlijk met de mensen te praten? Dat is echter hier nog niet mogelijk, je kunt zomaar ontvoerd worden…… Daarom zijn we heel voorzichtig, security first…….
Het was trouwens ook om en andere reden groot feest in Kabul. De bronze medaillewinnaar van de Olympische Spelen arriveerde enkele dagen geleden vanuit Beijing. Er was een grote optocht vanaf het vliegveld naar een huis, hier vlakbij, alwaar de hele nacht feest gevierd is. Het is de eerste medaille die Afghanistan ooit veroverd heeft in de geschiedenis van de Olympische Spelen en de mensen die ik sprak waren er duidelijk mee ingenomen. De winnaar kreeg een huis, een auto en US$ 20,000. Ik heb er verder niets van meegekregen en ook niets van gezien, wegens de veiligheid mogen wij ons guesthouse niet verlaten.
Over veiligheid gesproken, het kan nog erger dan bij mijn werkgever Save the Children UK. Ik zou gaan eten met een collega van een bevriende organisatie en wilde met haar afspreken in een restaurant in de stad. Ze vroeg me of ik haar wilde ophalen in haar guesthouse. Daar aangekomen besefte ik de reden dat ik haar moest ophalen. s’Avonds mogen zij niet met een auto naar de stad, dat is volgens haar organisatie te gevaarlijk, de auto kan kapotgaan, daarom reden we in konvooi naar het restaurant,, met haar chauffeur in een lege auto achter onze auto aan…….
Ik ben druk bezig met het treffen van voorbereidingen voor de start van onze nieuwe Wereldbankprojecten. Zoals ik al eerder heb vermeld heeft Save te Children de tender gewonnen om twee grote nieuwe projecten voor de Wereldbank te gaan uitvoeren.
Nadat het Ministerie van Onderwijs en de donoren al wat jaren bezig zijn om het lagere onderwijs in Afghanistan van de grond te krijgen, komen nu de eerste kinderen van die scholen en natuurlijk ontstaat dan de behoefte aan middelbaar onderwijs. Er zijn weinig middelbare scholen en de kwaliteit is slecht. De Wereldbank heeft een groot project geformuleerd om het middelbare onderwijs in Afghanistan te gaan helpen. Wij gaan dat project uitvoeren in zeven provincies in het Noorden en acht provincies in het Zuiden, waaronder de ‘Nederlandse’ provincie Uruzgan.
Wij werken in de uitvoering van deze projecten samen in een consortium met een aantal lokale Afghaanse organisaties. Save the Children en ik mogen vanwege de veiligheid niet naar deze provincies reizen, dus onze dierbare collega’s uit Afghanistan gaan het werk in het veld uitvoeren. In al de provincies gaan we internet aanleggen zodat we vanuit Kabul met hen een goede communicatie kunnen onderhouden. Wat gaan we doen? Een trainingsprogramma opzetten en uitvoeren voor de leraren van de middelbare scholen en voor de managers van deze scholen, het curriculum verbeteren en eventueel wat scholen opknappen. Het project gaat minimaal drie jaar duren en daarmee hopen we kinderen die van de lagere scholen komen een goede mogelijkheid te bieden op een vervolgopleiding.
Voor deze projecten hebben we een goede teamleader nodig. De Wereldbank had een profiel gegeven waaraan deze teamleader zou moeten voldoen. Meestal wordt in een dergelijk geval de positie internationaal geadverteerd en komt er wel een internationale expert op af. We besloten echter in dit geval om te gaan kijken of we niet een goede Afghaan konden vinden; onder andere vanwege de taal en de cultuur leek ons dat een goed idee. Via mijn netwerk kreeg ik het Curriculum Vitae toegespeeld van Nader, een 68-jarige onderwijsdeskundige die in Kabul woont. Zijn curriculum voldeed op het eerste oog in de verste verte niet aan de eisen die het profiel van Wereldbank stelde, maar ik dacht, ik wil toch met hem verder in gesprek gaan. Nadat we een uurtje hadden gepraat stelde ik voor achter de computer te gaan zitten en we hebben zijn curriculum helemaal herschreven en opgepoetst. In de oorspronkelijke versie van zijn curriculum had hij geschreven dat hij zich had beziggehouden met lerarentraining, maar al pratende bleek dat hij ook het curriculum voor het Ministerie had geschreven, leiding had gegeven aan een staf van 20 medewerkers, jaarverslagen had gemaakt en nog vele andere zaken. Zo hebben we in vier/vijf uur tijd zijn curriculum helemaal herzien en de oorspronkelijke 1½ pagina uitgebreid tot vier pagina’s. Het was nu een prima verhaal.
Het Ministerie van Onderwijs en de Wereldbank hier in Kabul vonden het ook een prima CV en Nader gaat benoemd worden tot mijn rechterhand in de uitvoering van het project.
Waarmee ik wil zeggen: Ik denk dat er vele Afghanen hier rondlopen die enorm gemotiveerd zijn en de potentie hebben om een prima bijdrage te leveren aan de opbouw van hun land, maar vaak krijgen zij geen kansen om dat ook daadwerkelijk te doen.
Nader is een hele aardige, bescheiden man die, en daar ben ik van overtuigd, prima gaat functioneren in ons project. Hij is getrouwd en heeft twee dochters in London. Hij is altijd hier gebleven, ook in de erg moeilijke tijden van grote oorlogen hier. Nooit heeft hij zijn land te verlaten, hoewel hij er wel vaak over heeft nagedacht. Uiteindelijk krijgt hij dan nu een kans om een belangrijke baan te gaan vervullen in het kader van de opbouw van zijn land.
Het is een erg stimulerende ervaring voor mij en ik loop al dagen fluitend rond dat ik de gelegenheid krijg om met zo’n prima persoon te gaan samenwerken. Ik heb dus nu een groep Afghaanse organisaties rondom me heen en tenminste een senior Afghaanse medewerker. Er zijn nog enkele vacatures in ons project en ik ga alles op alles zetten om daar ook goede Afghanen voor te vinden; misschien kan ik zelfs proberen om ze uit Nederland te halen????
Begin September kom ik weer een paar weken naar Nederland, oa ook om het lustrum van mijn eerste werkgever het Derde Wereldcentrum van de voormalige Katholieke Universiteit van Nijmegen mee te vieren. Het lijkt me leuk om al die oude vrienden weer eens te ontmoeten, ik heb vele jaren geen contact met ze onderhouden. Ook is het natuurlijk fijn om weer eens rustig door de stad te kunnen wandelen, met de fiets naar een restaurant te gaan en alleen een winkel in te gaan.
Mijn werk hier is enerverend, de collega’s zijn enorm aardig, maar de security maatregelen zijn draconisch. We wonen in een prachtig huis, alles is onlangs opgeschilderd, we hebben een grote tuin met prachtige bomen, maar we kunnen geen stap buiten de deur zetten.
Wat zou het heerlijk zijn om hier in buurt naar een restaurant te wandelen, of op straat een kebab te eten, en heerlijk met de mensen te praten? Dat is echter hier nog niet mogelijk, je kunt zomaar ontvoerd worden…… Daarom zijn we heel voorzichtig, security first…….
zondag 20 juli 2008
Film over Uruzgan
Ik vergat gisteren nog te vermelden dat mijn collega Sarwar tijdens onze reis naar Uruzgan een filmpje heeft gemaakt. Het geeft een aardig beeld van Uruzgan. De film is te bekijken op de volgende web site: http://www.politiek2015.nl/ type bij zoeken: Uruzgan en kies dan: Uruzgan aan het woord.
zaterdag 19 juli 2008
Zaterdagmiddag; bezoek van Obama
Het is al weer enkele weken geleden dat ik tijd heb kunnen vinden om iets toe te voegen aan mijn blog. Na mijn bezoek aan Nederland waar ik sommige van jullie heb gezien, maar de meeste niet, ben ik voor vijf dagen vertrokken naar India, alwaar ik het Regionale kantoor van Save the Children bezocht heb voor enkele besprekingen. Het werd me daar duidelijk bij wat een grote en invloedrijke organisatie ik eigenlijk werk. Een veelheid aan projecten wordt uitgevoerd in Centraal en Zuid Azië, op onderwijsgebied, in de gezondheidszorg en natuurlijk nu ook veel hulp bij rampen (Myanmar) en daar zijn vele honderden mensen bij betrokken.
India en dan eigenlijk New Delhi heeft een grote indruk op me gemaakt. In de hele stad, die 17 miljoen inwoners telt, wordt gebroken en gebouwd. In 2010 zijn in Delhi de Commonwealthgames en er wordt een volledig nieuw vliegveld gebouwd, tien keer groter dan het oude, en de hele stad ligt verder open omdat men er een metro aan het bouwen is. Het verkeer in Delhi is nu dan ook een grote chaos; auto’s, riksja’s, fietsen, koeien en voetgangers, alles beweegt door elkaar heen. De afstand tussen mijn hotel en het regionale kantoor, wat ongeveer drie kilometer is, legde ik met een airconditioned taxi gemiddeld af in drie kwartier (vanwege de grote hitte in Juli in Delhi wordt het niet aangeraden om die drie kilometer te lopen).
Ik heb natuurlijk heel weinig van de stad kunnen zien, maar wat me opviel waren vooral de prachtige regeringsgebouwen uit de Engelse periode; daar deed Delhi me enorm denken aan Washington en Parijs, met zijn brede boulevards en prachtige gebouwen. Je voelt in de stad, waar overigens ook enorm veel armoede is, dat daar een soort nieuwe wereld aan het ontstaan is, er is een soort dynamiek in India en ook een duidelijk optimisme. Natuurlijk heb ik een korte rit gemaakt met een fiets riksja, samen met een collega van het regionale bureau zochten en vonden we een restaurant dat bier verkocht, zeldzaam in India. Kortom, een enerverend bezoek en ik wil er zeker nog wel eens teruggaan.
Op zondag kwam ik terug in Kabul en op maandagmorgen vond de grote explosie plaats bij de Indiase ambassade hier. Twee weken daarvoor had ik daar nog in die rij gestaan voor een Indiaas visum. Die hele rij was nu het slachtoffer van een zelfmoordenaar; de ambassade ligt ver hier vandaar, dus ik heb er zelf niets van gemerkt, de straat is nog afgesloten en ik vraag me af of die enorm vriendelijke mensen die mij geholpen hebben voor mijn visum, nog in leven zijn. Iedereen hier is ervan overtuigd dat Pakistan achter deze aanslag zit. Er zijn hele goede argumenten voor deze opvatting te geven: vele Indiërs werken hier aan de opbouw van het land, men bouwt een nieuw parlementsgebouw, men is actief in de constructie van wegen en scholen en men is erg actief in het ondersteunen van de regering Karzai.
Het oude conflict tussen India en Pakistan gaat zich meer en meer afspelen in Afghanistan. Voor de liefhebbers: er is een nieuw boek verschenen van Ahmed Rashid, DESCENT INTO CHAOS, How the war against Islamic extremism is being lost in Pakistan, Afghanistan and Central Asia, Allan Lane, Penguin Books, London 2008. Als je dit boek leest ga je meer en meer geloven dat de opvatting van de Afghanen juist is, Pakistan speelt een belangrijke rol bij het continueren van de instabiliteit in Afghanistan. Maar ja…. het is een zogenaamde bondgenoot van de Bush’ Verenigde Staten in de strijd tegen Al Qaeda en ze beschikken over het kernwapen…… kortom, lees Rashid.
Het geweld in Afghanistan neemt de laatste weken toe (het is zomer en dan nemen de aanslagen altijd toe!), er was een zelfmoord aanval op een markt in Uruzgan, er zijn doden gevallen bij een aanslag in Helmand, etc. etc. Zelfs Obama schijnt nu het boek van Rashid gelezen te hebben en heeft voorgesteld om Amerikaanse troepen terug te halen uit Irak en te sturen naar Afghanistan………… Trouwens, Obama is hier vandaag op bezoek bij Karzai!!!!
Om onze onderwijsprojecten uit te voeren hebben we in de eerste plaats rust en orde nodig. Het klinkt misschien wat gek, maar als de Talibaan blijven doorgaan met het kapotschieten van onze scholen, het tegengaan van onze inspanningen om meer meisjes naar scholen te sturen en in het algemeen alle moderne ontwikkelingen frustreren, wat moet er dan anders gebeuren dan hen met geweld hiervan te weerhouden? Ik ben in principe tegen geweld, maar als deze Taliban samen met Pakistaanse en Arabische terroristen zo te keer blijven gaan, zie ik geen andere uitweg dan ze met militaire middelen uit te schakelen. Ik geloof er heilig in dat de meerderheid van de goedwillende Afghanen een gewoon leven wil leiden en wil dat hun land bevrijd wordt uit de spiraal van geweld, welke het land nu al dertig jaar teistert. Zoals ik al eerder zei: Nederland is samen met andere coalitiepartners bezig om het Afghaanse leger en de politie op te bouwen, het lijkt mij de enige juiste weg naar ontwikkeling voor dit grotendeels straatarme en onwetende land, met zijn rijke bevolking. Dat gaat nog jaren duren en ik hoop dat Nederland met haar partners blijft volhouden.
Met mijn werk gaat het intussen prima. Gisteren hoorde ik dat de bouw van de Timo school in Uruzgan binnenkort van start gaat. En, Save the Children (UK) gaat in samenwerking met enkele lokale organisaties met geld van de Wereldbank in heel Afghanistan een groot programma uitvoeren op het gebied van lerarenopleiding. Natuurlijk alleen in die gebieden waar we kunnen werken en waar we vanwege de security dus rustig met de goedwillende bevolking kunnen werken aan de opbouw.
Kortom, naast vele negatieve ontwikkelingen, toch ook sommige positieve tekenen. De belangrijkste daarvan is misschien wel dat na de Amerikaanse presidentsverkiezingen er een president zal zijn die enig begrip heeft voor wat zich in dit cruciale deel van de wereld afspeelt.
India en dan eigenlijk New Delhi heeft een grote indruk op me gemaakt. In de hele stad, die 17 miljoen inwoners telt, wordt gebroken en gebouwd. In 2010 zijn in Delhi de Commonwealthgames en er wordt een volledig nieuw vliegveld gebouwd, tien keer groter dan het oude, en de hele stad ligt verder open omdat men er een metro aan het bouwen is. Het verkeer in Delhi is nu dan ook een grote chaos; auto’s, riksja’s, fietsen, koeien en voetgangers, alles beweegt door elkaar heen. De afstand tussen mijn hotel en het regionale kantoor, wat ongeveer drie kilometer is, legde ik met een airconditioned taxi gemiddeld af in drie kwartier (vanwege de grote hitte in Juli in Delhi wordt het niet aangeraden om die drie kilometer te lopen).
Ik heb natuurlijk heel weinig van de stad kunnen zien, maar wat me opviel waren vooral de prachtige regeringsgebouwen uit de Engelse periode; daar deed Delhi me enorm denken aan Washington en Parijs, met zijn brede boulevards en prachtige gebouwen. Je voelt in de stad, waar overigens ook enorm veel armoede is, dat daar een soort nieuwe wereld aan het ontstaan is, er is een soort dynamiek in India en ook een duidelijk optimisme. Natuurlijk heb ik een korte rit gemaakt met een fiets riksja, samen met een collega van het regionale bureau zochten en vonden we een restaurant dat bier verkocht, zeldzaam in India. Kortom, een enerverend bezoek en ik wil er zeker nog wel eens teruggaan.
Op zondag kwam ik terug in Kabul en op maandagmorgen vond de grote explosie plaats bij de Indiase ambassade hier. Twee weken daarvoor had ik daar nog in die rij gestaan voor een Indiaas visum. Die hele rij was nu het slachtoffer van een zelfmoordenaar; de ambassade ligt ver hier vandaar, dus ik heb er zelf niets van gemerkt, de straat is nog afgesloten en ik vraag me af of die enorm vriendelijke mensen die mij geholpen hebben voor mijn visum, nog in leven zijn. Iedereen hier is ervan overtuigd dat Pakistan achter deze aanslag zit. Er zijn hele goede argumenten voor deze opvatting te geven: vele Indiërs werken hier aan de opbouw van het land, men bouwt een nieuw parlementsgebouw, men is actief in de constructie van wegen en scholen en men is erg actief in het ondersteunen van de regering Karzai.
Het oude conflict tussen India en Pakistan gaat zich meer en meer afspelen in Afghanistan. Voor de liefhebbers: er is een nieuw boek verschenen van Ahmed Rashid, DESCENT INTO CHAOS, How the war against Islamic extremism is being lost in Pakistan, Afghanistan and Central Asia, Allan Lane, Penguin Books, London 2008. Als je dit boek leest ga je meer en meer geloven dat de opvatting van de Afghanen juist is, Pakistan speelt een belangrijke rol bij het continueren van de instabiliteit in Afghanistan. Maar ja…. het is een zogenaamde bondgenoot van de Bush’ Verenigde Staten in de strijd tegen Al Qaeda en ze beschikken over het kernwapen…… kortom, lees Rashid.
Het geweld in Afghanistan neemt de laatste weken toe (het is zomer en dan nemen de aanslagen altijd toe!), er was een zelfmoord aanval op een markt in Uruzgan, er zijn doden gevallen bij een aanslag in Helmand, etc. etc. Zelfs Obama schijnt nu het boek van Rashid gelezen te hebben en heeft voorgesteld om Amerikaanse troepen terug te halen uit Irak en te sturen naar Afghanistan………… Trouwens, Obama is hier vandaag op bezoek bij Karzai!!!!
Om onze onderwijsprojecten uit te voeren hebben we in de eerste plaats rust en orde nodig. Het klinkt misschien wat gek, maar als de Talibaan blijven doorgaan met het kapotschieten van onze scholen, het tegengaan van onze inspanningen om meer meisjes naar scholen te sturen en in het algemeen alle moderne ontwikkelingen frustreren, wat moet er dan anders gebeuren dan hen met geweld hiervan te weerhouden? Ik ben in principe tegen geweld, maar als deze Taliban samen met Pakistaanse en Arabische terroristen zo te keer blijven gaan, zie ik geen andere uitweg dan ze met militaire middelen uit te schakelen. Ik geloof er heilig in dat de meerderheid van de goedwillende Afghanen een gewoon leven wil leiden en wil dat hun land bevrijd wordt uit de spiraal van geweld, welke het land nu al dertig jaar teistert. Zoals ik al eerder zei: Nederland is samen met andere coalitiepartners bezig om het Afghaanse leger en de politie op te bouwen, het lijkt mij de enige juiste weg naar ontwikkeling voor dit grotendeels straatarme en onwetende land, met zijn rijke bevolking. Dat gaat nog jaren duren en ik hoop dat Nederland met haar partners blijft volhouden.
Met mijn werk gaat het intussen prima. Gisteren hoorde ik dat de bouw van de Timo school in Uruzgan binnenkort van start gaat. En, Save the Children (UK) gaat in samenwerking met enkele lokale organisaties met geld van de Wereldbank in heel Afghanistan een groot programma uitvoeren op het gebied van lerarenopleiding. Natuurlijk alleen in die gebieden waar we kunnen werken en waar we vanwege de security dus rustig met de goedwillende bevolking kunnen werken aan de opbouw.
Kortom, naast vele negatieve ontwikkelingen, toch ook sommige positieve tekenen. De belangrijkste daarvan is misschien wel dat na de Amerikaanse presidentsverkiezingen er een president zal zijn die enig begrip heeft voor wat zich in dit cruciale deel van de wereld afspeelt.
vrijdag 27 juni 2008
KRO Radio
Mijn vriend Harm van Atteveld, werkzaam bij het KRO radioprogramma Dingendiegebeuren vroeg of hij me een paar vragen mocht stellen voor zijn programma. Het interview is 26 Juni uitgezonden. Diegenen die interesse hebben het te horen, het is te beluisteren via:
http://dingendiegebeuren.kro.nl/index.aspx
http://dingendiegebeuren.kro.nl/index.aspx
zaterdag 7 juni 2008
Uruzgan en Onderwijsontwikkeling
Zoals beloofd op deze prachtige zaterdagmorgen een uitvoeriger verhaal over Uruzgan. Het weer is hier werkelijk fantastisch, 28 graden en niet vochtig. Kabul ligt op een hoogte van 1.800 meter, dus het is hier niet zo warm als in het Zuiden. Kandahar is nu 40 graden en Uruzgan was zelf nog warmer.
Alvorens ik ga vertellen over Uruzgan moet ik eerst even nader ingaan op wat ik hier nu eigenlijk aan het doen ben op het gebied van onderwijsbevordering voor Save the Children (UK).
In 2005 begon SCUK met de implementatie van haar eerste Quality Primary Education Project (QPEP) dat zich richtte op Noord Afghanistan. Het idee was al volgt: er zijn vele duizenden out-of-school kinderen, die weinig perspectief hebben om naar de normale lagere scholen te gaan. Er zijn in de eerste plaats te weinig officiële lagere scholen en bovendien is hun kwaliteit niet altijd even goed.
SCUK ontwikkelde daarop samen met het Ministerie van Onderwijs het idee van zogenaamde Accelerated Learning Centers (ALC’s). Dat zijn schooltjes in huizen van privé personen, waar out-of-school kinderen in een versneld programma van twee/drie jaar de stof van de eerste jaren van de lagere school aangeboden krijgen. De ALC’s zijn gesitueerd in de buurt van de reguliere lagere scholen. Men geeft in een jaar twee jaar lagere school stof en nadat de kinderen dat twee/drie jaar gedaan hebben kunnen ze instromen in de reguliere lagere scholen. Natuurlijk wordt tegelijkertijd een trainingsprogramma aangeboden aan de leerkrachten van de reguliere lagere scholen en wordt hun capaciteit uitgebreid. SCUK geeft een klein salaris aan de (meestal) vrouwelijke docenten van de ALC’s en ook lesmateriaal wordt verschaft. Dit concept werkt prima in Noord Afghanistan, duizenden kinderen zijn op deze manier al ingestroomd in het reguliere onderwijs.
SCUK, samen met het Ministerie van Onderwijs en Save the Children Nederland, heeft daarop het idee geopperd om hetzelfde te gaan doen in Uruzgan. Het Nederlandse Ministerie voor Ontwikkelingssamenwerking heeft gelden beschikbaar gesteld om een QPEP programma te starten in Uruzgan.
Het doel van mijn reis naar Uruzgan was dus om dit programma op te starten. We voeren dit project uit samen met een lokale Afghaanse organisatie. Dit omdat het nog een beetje gevaarlijk is om als westerlingen dit programma alleen uit te voeren in Uruzgan. De lokale organisatie in Uruzgan bestaat uit hele leuke mannen die erg gemotiveerd zijn om onderwijs te geven aan de vele out-of-school kinderen. We zijn druk bezig om ook vrouwen te betrekken bij hun werk. Ze hebben tot nu toe al 37 huizen geïdentificeerd waar ze een ALC kunnen beginnen en ze zijn begonnen met de docenten te gaan trainen. Het lesmateriaal is intussen aangekomen in Kandahar en zal deze week worden vervoerd naar Uruzgan. We hadden dat materiaal al enkele weken geleden verstuurd, maar wegtransport is ook een gevaarlijk business hier……..
OK, ik ben naar Uruzgan gereisd met een klein vliegtuigje van een privé organisatie en heb geslapen in het beroemde Kamp Holland. De ontvangst was prima, goed eten en de match Nederland - Denemarken live gezien. Elke ochtend ging ik naar de poort en werd daar opgewacht door iemand van de lokale organisatie en drie dagen hebben we in hun kantoor in Tarin Kowt uitvoerig gesproken over ons project.
De sfeer in Tarin Kowt was gemoedelijk en deed me sterk denken aan de kleine stadjes in Somalië waar ik zo vaak heb gewerkt. De mensen kijken ernaar uit dat hun kinderen eindelijk wat onderwijs kunnen volgen en ze zijn blij dat er wat rust is teruggekeerd in hun stadje. De bakker en de slager zijn van mening dat de Nederlanders goed werk hebben gedaan en nog steeds doen in Uruzgan. Ze hopen allemaal dat Nederland Europees kampioen wordt. Vooral op voetbalgebied zijn ze goed op de hoogte van de moderne ontwikkelingen.
Ik voelde me erg veilig in Tarin Kowt, te midden van al die gemotiveerde mensen. Geen moment heb ik me bedreigd gevoeld, alhoewel ik natuurlijk ook wel begrijp dat de vijand, Taliban en moslimfundi’s, op de loer liggen en al ons werk behoorlijk kunnen frustreren: zij willen geen ’westers’ onderwijs en vooral niet voor meisjes.
Ik hoop van harte dat Nederland langdurig steun zal geven aan ons onderwijsproject. Onderwijsontwikkeling is een langdurig proces, dat vele jaren zal gaan duren. Het is niet iets dat in een twee/jaar geregeld is. Echter, het is het enige dat op termijn gaat werken, de bevolking van Uruzgan is voor de overgrote meerderheid niet in staat om te lezen en schrijven. Onderwijs is het liefste dat ze willen en zal uiteindelijk crucial blijken te zijn in de strijd voor vrede en vooruitgang in Afghanistan.
Nog even over de Timo School, waar iedereen alles van weet. De grond is gegeven door de community, de tekeningen zijn gemaakt en de budgetten zijn ontwikkeld. We hopen dus snel te kunnen beginnen met de constructie. Anticiperend op de komst van deze school zijn er in drie privé huizen al klassen begonnen, waar in totaal 180 kinderen les krijgen van 10 docenten. SCUK voert dit project uit in opdracht van Save the Children Nederland. Meer informatie is te vinden op de web site van SCF Nederland.
Dit was mijn verhaal op deze zaterdagmorgen. Gisteravond heb ik gegeten met twee Nederlandse journalisten van Nieuwe Revue en wat andere kranten, die op eigen houtje naar Uruzgan gaan deze week. Het was heel gezellig en ik ben ervan overtuigd dat ze prima verhalen gaan schrijven in de komende weken.
Alvorens ik ga vertellen over Uruzgan moet ik eerst even nader ingaan op wat ik hier nu eigenlijk aan het doen ben op het gebied van onderwijsbevordering voor Save the Children (UK).
In 2005 begon SCUK met de implementatie van haar eerste Quality Primary Education Project (QPEP) dat zich richtte op Noord Afghanistan. Het idee was al volgt: er zijn vele duizenden out-of-school kinderen, die weinig perspectief hebben om naar de normale lagere scholen te gaan. Er zijn in de eerste plaats te weinig officiële lagere scholen en bovendien is hun kwaliteit niet altijd even goed.
SCUK ontwikkelde daarop samen met het Ministerie van Onderwijs het idee van zogenaamde Accelerated Learning Centers (ALC’s). Dat zijn schooltjes in huizen van privé personen, waar out-of-school kinderen in een versneld programma van twee/drie jaar de stof van de eerste jaren van de lagere school aangeboden krijgen. De ALC’s zijn gesitueerd in de buurt van de reguliere lagere scholen. Men geeft in een jaar twee jaar lagere school stof en nadat de kinderen dat twee/drie jaar gedaan hebben kunnen ze instromen in de reguliere lagere scholen. Natuurlijk wordt tegelijkertijd een trainingsprogramma aangeboden aan de leerkrachten van de reguliere lagere scholen en wordt hun capaciteit uitgebreid. SCUK geeft een klein salaris aan de (meestal) vrouwelijke docenten van de ALC’s en ook lesmateriaal wordt verschaft. Dit concept werkt prima in Noord Afghanistan, duizenden kinderen zijn op deze manier al ingestroomd in het reguliere onderwijs.
SCUK, samen met het Ministerie van Onderwijs en Save the Children Nederland, heeft daarop het idee geopperd om hetzelfde te gaan doen in Uruzgan. Het Nederlandse Ministerie voor Ontwikkelingssamenwerking heeft gelden beschikbaar gesteld om een QPEP programma te starten in Uruzgan.
Het doel van mijn reis naar Uruzgan was dus om dit programma op te starten. We voeren dit project uit samen met een lokale Afghaanse organisatie. Dit omdat het nog een beetje gevaarlijk is om als westerlingen dit programma alleen uit te voeren in Uruzgan. De lokale organisatie in Uruzgan bestaat uit hele leuke mannen die erg gemotiveerd zijn om onderwijs te geven aan de vele out-of-school kinderen. We zijn druk bezig om ook vrouwen te betrekken bij hun werk. Ze hebben tot nu toe al 37 huizen geïdentificeerd waar ze een ALC kunnen beginnen en ze zijn begonnen met de docenten te gaan trainen. Het lesmateriaal is intussen aangekomen in Kandahar en zal deze week worden vervoerd naar Uruzgan. We hadden dat materiaal al enkele weken geleden verstuurd, maar wegtransport is ook een gevaarlijk business hier……..
OK, ik ben naar Uruzgan gereisd met een klein vliegtuigje van een privé organisatie en heb geslapen in het beroemde Kamp Holland. De ontvangst was prima, goed eten en de match Nederland - Denemarken live gezien. Elke ochtend ging ik naar de poort en werd daar opgewacht door iemand van de lokale organisatie en drie dagen hebben we in hun kantoor in Tarin Kowt uitvoerig gesproken over ons project.
De sfeer in Tarin Kowt was gemoedelijk en deed me sterk denken aan de kleine stadjes in Somalië waar ik zo vaak heb gewerkt. De mensen kijken ernaar uit dat hun kinderen eindelijk wat onderwijs kunnen volgen en ze zijn blij dat er wat rust is teruggekeerd in hun stadje. De bakker en de slager zijn van mening dat de Nederlanders goed werk hebben gedaan en nog steeds doen in Uruzgan. Ze hopen allemaal dat Nederland Europees kampioen wordt. Vooral op voetbalgebied zijn ze goed op de hoogte van de moderne ontwikkelingen.
Ik voelde me erg veilig in Tarin Kowt, te midden van al die gemotiveerde mensen. Geen moment heb ik me bedreigd gevoeld, alhoewel ik natuurlijk ook wel begrijp dat de vijand, Taliban en moslimfundi’s, op de loer liggen en al ons werk behoorlijk kunnen frustreren: zij willen geen ’westers’ onderwijs en vooral niet voor meisjes.
Ik hoop van harte dat Nederland langdurig steun zal geven aan ons onderwijsproject. Onderwijsontwikkeling is een langdurig proces, dat vele jaren zal gaan duren. Het is niet iets dat in een twee/jaar geregeld is. Echter, het is het enige dat op termijn gaat werken, de bevolking van Uruzgan is voor de overgrote meerderheid niet in staat om te lezen en schrijven. Onderwijs is het liefste dat ze willen en zal uiteindelijk crucial blijken te zijn in de strijd voor vrede en vooruitgang in Afghanistan.
Nog even over de Timo School, waar iedereen alles van weet. De grond is gegeven door de community, de tekeningen zijn gemaakt en de budgetten zijn ontwikkeld. We hopen dus snel te kunnen beginnen met de constructie. Anticiperend op de komst van deze school zijn er in drie privé huizen al klassen begonnen, waar in totaal 180 kinderen les krijgen van 10 docenten. SCUK voert dit project uit in opdracht van Save the Children Nederland. Meer informatie is te vinden op de web site van SCF Nederland.
Dit was mijn verhaal op deze zaterdagmorgen. Gisteravond heb ik gegeten met twee Nederlandse journalisten van Nieuwe Revue en wat andere kranten, die op eigen houtje naar Uruzgan gaan deze week. Het was heel gezellig en ik ben ervan overtuigd dat ze prima verhalen gaan schrijven in de komende weken.
dinsdag 3 juni 2008
Uruzgan
Het komende weekend ga ik schrijven over mijn eerste bezoek aan Uruzgan. Het was enerverend en ik zal uitvoerig rapporteren
maandag 12 mei 2008
Een kort bericht
Het weekend heb ik moeten overslaan om een verhaaltje te maken. In de eerste plaats heb ik het druk met mijn werk. Langzaam begin ik er in te komen. Het programma van Save the Children hier op onderwijsgebied is groot en het duurt even om er goed in te komen. Het is thans rustig in Kabul, nadat iedereen geschrokken was van de schietpartij op de President lijkt de rust hier te zijn weergekeerd.
Bovendien, Vrijdag heb een groot feest meegemaakt. Een collega van het kantoor ging zich verloven en we waren uitgenodigd op het verlovingsfeest. Ik dacht dat gaat een uurtje duren, maar nee hoor, we waren er om een uur in de middag en om negen uur in de avond stonden we buiten. Er waren ongeveer 400 bezoekers. De mannnen in een groot huis met tuin, de hele middag thee drinken, koekjes eten en praten, en de vrouwen apart in een ander huis met tuin, en van hetzelfde laken in pak. Het was erg gezellig en ik heb vele nieuwe mensen leren kennen. Om acht uur gingen de nog overgebleven mannen naar het huis van de vrouwen en toen kon ik ook de verloofde van mijn collega zien en haar feliciteren.
Zaterdag ben ik voor het eerst buiten Kabul geweest. We reden vijftig kilometer naar het noorden en kwamen in het bergdorpje Istalif. Een heel oud dorpje met lemen huizen, het leek erg op die oude dorpjes in Zuid Frankrijk. Een oud centrum van wijnbouw, maar dat is natuurlijk nu allemaal voorbij...........Het uitzicht was geweldig, de grote Shomali vlakte spreidde zich voor ons uit en op de achtergrond de besneeuwde toppen van de Hindu Kush.
Het is nog steeds niet duidelijk wanneer ik voor het eerst naar het zuiden van Afghanistan kan gaan om de nieuwe onderwijsprojecten te gaan bekijken. De veiligheid in het zuiden schijnt nog niet goed te zijn, dus dat kan nog wel even duren.
In het weekend ga ik verder schrjven.
Bovendien, Vrijdag heb een groot feest meegemaakt. Een collega van het kantoor ging zich verloven en we waren uitgenodigd op het verlovingsfeest. Ik dacht dat gaat een uurtje duren, maar nee hoor, we waren er om een uur in de middag en om negen uur in de avond stonden we buiten. Er waren ongeveer 400 bezoekers. De mannnen in een groot huis met tuin, de hele middag thee drinken, koekjes eten en praten, en de vrouwen apart in een ander huis met tuin, en van hetzelfde laken in pak. Het was erg gezellig en ik heb vele nieuwe mensen leren kennen. Om acht uur gingen de nog overgebleven mannen naar het huis van de vrouwen en toen kon ik ook de verloofde van mijn collega zien en haar feliciteren.
Zaterdag ben ik voor het eerst buiten Kabul geweest. We reden vijftig kilometer naar het noorden en kwamen in het bergdorpje Istalif. Een heel oud dorpje met lemen huizen, het leek erg op die oude dorpjes in Zuid Frankrijk. Een oud centrum van wijnbouw, maar dat is natuurlijk nu allemaal voorbij...........Het uitzicht was geweldig, de grote Shomali vlakte spreidde zich voor ons uit en op de achtergrond de besneeuwde toppen van de Hindu Kush.
Het is nog steeds niet duidelijk wanneer ik voor het eerst naar het zuiden van Afghanistan kan gaan om de nieuwe onderwijsprojecten te gaan bekijken. De veiligheid in het zuiden schijnt nog niet goed te zijn, dus dat kan nog wel even duren.
In het weekend ga ik verder schrjven.
zondag 4 mei 2008
Vogeltje
Recentelijk zijn hier in een nest van de grote boom in de tuin wat vogeltjes geboren en toen ik gisteren onder die boom zat kwam het bij me op dat mijn relatie met Afghanistan een beetje lijkt op deze kleine vogeltjes. De eerste weken zitten ze dicht bij de moeder en zijn ze bang en durven ze niet weg te gaan. Daarna, als ze groter zijn gaan ze voorzichtig steeds verder van de moeder af. Ik ga nu ook steeds verder weg van mijn guesthouse.
Vrijdgavond ben ik met collega's voor het eerst chique uit eten gegaan. In een achterbuurtstraat van Kabul bevindt zich het franse restaurant l'Atmosphere, waar alleen de expatriate community komt. Geen teken vermeldt dat er in deze zeer slechte straat een restautant is. We stoppen bij een grote oude muur waar een poort in zit. De hele muur ligt vol met zandzakken. Als we gestopt zijn, gaan we de eerste poort door en worden we uitvoerig gefouilleerd door gewapende guards, dan een tweede stalen deur door; paspoortcontrole en na een derde stalen deur komen we in een paradijselijke tuin met een zwembad. We lopen het restaurant in en genieten van een uitstekende maaltijd. De fillet is werkelijk voortreffelijk: de ober vraagt netjes: rare, medium of well-done? en ik krijg mijn fillet inderdaad rare, hetgeen me vaak in Nederlandse restaurants niet lukt. Goede franse wijnen en voortreffelijke chocolate mousse completeren ons diner, waarna we in de tuin nog een koffie met cognac nuttigen. Dat is dus ook Kabul........., iets verder van het nest verwijderd.
Zaterdag maken we weer een lange tocht door de stad, er is veel verkeer en het lijkt allemaal heel normaal. Er wordt veel gebouwd in Kabul, vele nieuwe kleurrijke flats verrijzen en er wordt hard gewerkt aan het verbeteren van de wegen. Velen lopen rond met mobiele telefoon. Natuurlijk zijn de gevolgen van dertig jaar oorlog nog duidelijk zichtbaar, vele kapotgeschoten gebouwen en gebombardeerde plakken, maar er spreekt toch ook een soort optimisme uit deze stad, veel mooie nieuwe winkels, grote shopping centers, zoals de Lonely Planet gids zegt: "exciting, frustrating, inspriring and shocking in equal measure". We eindigen onze tocht zaterdag in het Cafe Kabul, een lunchcafe met een schitterend terras, waar we verder de hele middag al lezend doorbrengen, wederom genietend van een cafe espresso onder een parasol.
Hier lees ik in een lokale krant een goed artikel dat ik hierbij iedereen wil aanraden. Het is geschreven door een Amerikaanse journalist van de Wall Street Journal en het geeft een verrassende blik op de ontwikkelingen hier in Afghanistan, vertaald is de titel "Het is moeilijk om toe te geven, maar het gaat beter met Afghanistan". Natuurlijk kan ik na twee weken nog niet alle feiten op hun waarde beoordelen, maar ik vindt het een prima analyse. Ik las op het internet, dat het artikel zich snel verpreidt het is al gepubliceerd in The Australian. Ik heb het natuurlijk aanbevolen bij mijn vriend Michiel Willems van De Gelderlander. Wie weet bereikt het jullie nog in een Nederlandse vertaling.
http://www.theaustralian.news.com.au/story/0,25197,23619671-7583,00.html
Zojuist krijgen we een telefoontje dat er in Noord Kabul een zelfmoordenaar zichzelf heeft opgeblazen en er zijn voor zover nu bekend drie doden. Jullie zullen er nog wel meer van horen. Ook herdachten we vandaag op het werk een franse collega van Save the Children die vrijdag vermoord is in Oost Tchaad, vlakbij de grens met Sudan.
Vrijdgavond ben ik met collega's voor het eerst chique uit eten gegaan. In een achterbuurtstraat van Kabul bevindt zich het franse restaurant l'Atmosphere, waar alleen de expatriate community komt. Geen teken vermeldt dat er in deze zeer slechte straat een restautant is. We stoppen bij een grote oude muur waar een poort in zit. De hele muur ligt vol met zandzakken. Als we gestopt zijn, gaan we de eerste poort door en worden we uitvoerig gefouilleerd door gewapende guards, dan een tweede stalen deur door; paspoortcontrole en na een derde stalen deur komen we in een paradijselijke tuin met een zwembad. We lopen het restaurant in en genieten van een uitstekende maaltijd. De fillet is werkelijk voortreffelijk: de ober vraagt netjes: rare, medium of well-done? en ik krijg mijn fillet inderdaad rare, hetgeen me vaak in Nederlandse restaurants niet lukt. Goede franse wijnen en voortreffelijke chocolate mousse completeren ons diner, waarna we in de tuin nog een koffie met cognac nuttigen. Dat is dus ook Kabul........., iets verder van het nest verwijderd.
Zaterdag maken we weer een lange tocht door de stad, er is veel verkeer en het lijkt allemaal heel normaal. Er wordt veel gebouwd in Kabul, vele nieuwe kleurrijke flats verrijzen en er wordt hard gewerkt aan het verbeteren van de wegen. Velen lopen rond met mobiele telefoon. Natuurlijk zijn de gevolgen van dertig jaar oorlog nog duidelijk zichtbaar, vele kapotgeschoten gebouwen en gebombardeerde plakken, maar er spreekt toch ook een soort optimisme uit deze stad, veel mooie nieuwe winkels, grote shopping centers, zoals de Lonely Planet gids zegt: "exciting, frustrating, inspriring and shocking in equal measure". We eindigen onze tocht zaterdag in het Cafe Kabul, een lunchcafe met een schitterend terras, waar we verder de hele middag al lezend doorbrengen, wederom genietend van een cafe espresso onder een parasol.
Hier lees ik in een lokale krant een goed artikel dat ik hierbij iedereen wil aanraden. Het is geschreven door een Amerikaanse journalist van de Wall Street Journal en het geeft een verrassende blik op de ontwikkelingen hier in Afghanistan, vertaald is de titel "Het is moeilijk om toe te geven, maar het gaat beter met Afghanistan". Natuurlijk kan ik na twee weken nog niet alle feiten op hun waarde beoordelen, maar ik vindt het een prima analyse. Ik las op het internet, dat het artikel zich snel verpreidt het is al gepubliceerd in The Australian. Ik heb het natuurlijk aanbevolen bij mijn vriend Michiel Willems van De Gelderlander. Wie weet bereikt het jullie nog in een Nederlandse vertaling.
http://www.theaustralian.news.com.au/story/0,25197,23619671-7583,00.html
Zojuist krijgen we een telefoontje dat er in Noord Kabul een zelfmoordenaar zichzelf heeft opgeblazen en er zijn voor zover nu bekend drie doden. Jullie zullen er nog wel meer van horen. Ook herdachten we vandaag op het werk een franse collega van Save the Children die vrijdag vermoord is in Oost Tchaad, vlakbij de grens met Sudan.
vrijdag 2 mei 2008
Laila
Deze vrijdagmorgen ging ik op zoek naar Laila Atai. Ze heeft enkele jaren in Nederland gewoond met haar drie kinderen Maryam, Mostafa en Nasser en ze heeft in die tijd wat huishoudelijke hulp verleend aan de Moeder van Bess, Marjet, en aan enkele andere gezinnen bij haar in de buurt. Ik had het telefoonnummer meegekregen en kreeg dochter Maryam direct aan de lijn in vloeiend Nederlands, dus de afspraak was snel gemaakt. Ze wonen in een driekamerhuis vlakbij het beroemde Darlaman Paleis, waar de vroegere koningen van Afghanistan gewoond hebben. Je kunt aan de ruines van het paleis zien dat het vroeger prachtig geweest moet zijn, maar het is helemaal kapotgeschoten tijdens de langdurige oorlogen tussen warlords en de Taliban in de jaren 1992-1996.
Laila is in 1996 met haar man, Zamani, en de kinderen gevlucht uit Kabul naar Mazar-e Sharif in het noorden, waar haar broers woonden. Toen ook daar de gevechten uitbraken zei haar man dat ze maar met de kinderen het land moest ontvluchten. Er was geen geld voor hem om mee te gaan; hij is uiteindelijk gevlucht naar Tajikistan. Jaren heeft het gezin dus geen contact gehad terwijl Laila in Nederland de kinderen in leven heeft gehouden. Uiteindelijk is Laila gedwongen Nederland te verlaten en ging ze met de drie kinderen wonen in Kabul. Door puur toeval heeft ze Zamani teruggevonden. Een vriend van haar kwam hem plotseling tegen in Kabul, waar hij op zoek was naar zijn vrouw en dochters, hij had geen idee waar ze waren op de wereld. Gelukkig troffen ze elkaar weer en werd het gezin herenigd. Vrij snel daarna kwam een groot cadeau, in 2007 werd de kleine Ilyas geboren. Het is een prachtig kind, dat nu bijna gaat lopen. Zamani werkt in een apotheek in de stad. Het is alleen jammer dat we niet met elkaar kunnen communiceren, alles moet gaan via Maryam: Zamani speekt vloeiend russisch en geen woord engels.
Maryam droomt ervan om terug te gaan naar Nederland. Ze heeft me alles verteld over haar leuke school De Muze in Nijmegen en ze heeft nog steeds veel chatcontacten met haar vriendinnen in Nijmegen, die voor haar al een laptopcomputer hebben gekocht, waar ze dolblij mee is. Ik vind het bewonderingswaardig dat ze enorm gemotiveerd is om haar school hier af te maken, waarna ze misschien in Nederland kan verder studeren. De school is veel minder dan De Schutte, slechte lokalen, slechte leermiddelen en weinig gemotiveerde leraren.
Het studeren in Nederland zal echter nog wel nodige problemen met zich meebrengen. Haar ouders zijn echte moslims en voor hem mag een dochter niet alleen reizen. Dus als ze naar Nederland gaat moet of haar vader of haar broer met haar meegaan. Toen ik voorzichtig opperde dat als ze twintig is ze toch wel alleen naar Nederland zou kunnen? keek Zamani niet erg toeschikkelijk: in de Moslim cultuur kan een meisje niet alleen reizen. Het is niet zozeer zijn probleem, maar de hele buurt gaat erover kletsen........ Dus voor mij de komende tijd nog best wat werk met Zamani, hopelijk wil Myriam het goed vertalen.....
Binnenkort gaat Laila voor me koken, dus we zullen zullen zeker contact blijven houden.
Laila is in 1996 met haar man, Zamani, en de kinderen gevlucht uit Kabul naar Mazar-e Sharif in het noorden, waar haar broers woonden. Toen ook daar de gevechten uitbraken zei haar man dat ze maar met de kinderen het land moest ontvluchten. Er was geen geld voor hem om mee te gaan; hij is uiteindelijk gevlucht naar Tajikistan. Jaren heeft het gezin dus geen contact gehad terwijl Laila in Nederland de kinderen in leven heeft gehouden. Uiteindelijk is Laila gedwongen Nederland te verlaten en ging ze met de drie kinderen wonen in Kabul. Door puur toeval heeft ze Zamani teruggevonden. Een vriend van haar kwam hem plotseling tegen in Kabul, waar hij op zoek was naar zijn vrouw en dochters, hij had geen idee waar ze waren op de wereld. Gelukkig troffen ze elkaar weer en werd het gezin herenigd. Vrij snel daarna kwam een groot cadeau, in 2007 werd de kleine Ilyas geboren. Het is een prachtig kind, dat nu bijna gaat lopen. Zamani werkt in een apotheek in de stad. Het is alleen jammer dat we niet met elkaar kunnen communiceren, alles moet gaan via Maryam: Zamani speekt vloeiend russisch en geen woord engels.
Maryam droomt ervan om terug te gaan naar Nederland. Ze heeft me alles verteld over haar leuke school De Muze in Nijmegen en ze heeft nog steeds veel chatcontacten met haar vriendinnen in Nijmegen, die voor haar al een laptopcomputer hebben gekocht, waar ze dolblij mee is. Ik vind het bewonderingswaardig dat ze enorm gemotiveerd is om haar school hier af te maken, waarna ze misschien in Nederland kan verder studeren. De school is veel minder dan De Schutte, slechte lokalen, slechte leermiddelen en weinig gemotiveerde leraren.
Het studeren in Nederland zal echter nog wel nodige problemen met zich meebrengen. Haar ouders zijn echte moslims en voor hem mag een dochter niet alleen reizen. Dus als ze naar Nederland gaat moet of haar vader of haar broer met haar meegaan. Toen ik voorzichtig opperde dat als ze twintig is ze toch wel alleen naar Nederland zou kunnen? keek Zamani niet erg toeschikkelijk: in de Moslim cultuur kan een meisje niet alleen reizen. Het is niet zozeer zijn probleem, maar de hele buurt gaat erover kletsen........ Dus voor mij de komende tijd nog best wat werk met Zamani, hopelijk wil Myriam het goed vertalen.....
Binnenkort gaat Laila voor me koken, dus we zullen zullen zeker contact blijven houden.
dinsdag 29 april 2008
Krantenknipsel uit De Gelderlander
Voor diegenen die de Nijmeegse krant De Gelderlander niet dagelijks lezen wil ik op mijn blog (zie: links) een krantenknipsel toevoegen van een gesprek dat ik had met mijn oude vriend van De Gelderlander, Michiel Willems, in onze tuin in Nijmegen, twee dagen voordat ik vertrok naar hier. De Gelderlander was vergeten het op haar web site te plaatsen. Daarom heeft mijn persoonlijke blog manager Paul van PCFix in Nijmegen het op het blog geplaatst en is het dus voor iedereen te lezen. Met grote dank aan Paul natuurlijk.
zondag 27 april 2008
Mujahideen dag
Vandaag is het zondag en hebben we een vrije dag. Het is onafhankelijkheidsdag hier, het is 17 jaar geleden dat Afghanistan bevrijd werd van de Russen door de Mujahideen, de voorlopers van de Taliban. De Mujahideen werden met wapens en intelligence gesteund door de VS (sic). Iedereen heeft vrij en er zijn vanmiddag grote manifestaties in de stad. Ik zal er niets van zien, wij hebben de opdracht gekregen om binnen te blijven en ons niet te mengen in het feestgewoel. (ik hoor zojuist op de BBC dat er vanochtend geschoten is op Karzai tijdens de militaire parade, hij mankeert verder niets; toch goed dat we hier onder de oude boom moeten blijven!!!!) De Nederlandse en Deense Ambassades zijn gesloten en vanmorgen kregen we een mail van de ambassade dat koninginnedag dit jaar wordt verschoven naar een later tijdstip, jammer van de haringen. (Volgens meerdere bronnen hebben de Taliban zojuist verklaard verantwoordelijk te zijn voor de aanslag op Karzai; ze wilden niet zozeer Karzai doden, maar laten zien dat ze overal kunnen toeslaan waar ze maar willen ondanks de aanwezigheid van honderden Amerikaanse troepen en leden van het Aghan National Army (ANA). Zie ook het uitstekende interview met Karzai in de New York Times van gisteren: http://www.nytimes.com/2008/04/26/world/asia/26afghan.html?scp=6&sq=karzai+&st=nyt
Mijn week was verder prima. Dinsdag ging ik met onze grantmanager Ellie naar de Turquoise Mountain Foundation hier in Kabul. Het is een organisatie waarvan HRH The Prince van Wales en HE The President of Afghanistan de presidenten zijn en de Chief Executive is een zekere Rory Stewart. We werden ontvangen door een leuke Brit, Graham, die ons enthousiast alles vertelde over een nieuw type school dat ze aan het ontwikkelen zijn: geen gebruik maken van duur geimporteerd cement, maar van lokale materialen. Het was een stimulerend bezoek voor ons, want we willen vele nieuwe scholen gaan bouwen in Uruzgan en Kandahar en misschien kunnen we de methode van Turquoise Mountain wel gaan gebruiken. Vooral als de communities het onderhoud van de school met eigen materialen kunnen gaan doen en niet aangewezen zijn op duur geimporteerd cement is dat van groot belang voor de duurzaamheid van de scholen. Het was een prima en stimulerend bezoek.
Thuis gekomen had ik het prachtige boek over How we missed the Story uit en pakte ik het volgende project op en de coincidentie sloeg toe. Een van mijn laatste dagen in Nederland had een goede vriendin Bet, me gewezen op een volgens haar prima boek van ja, Rory Stewart: Tussenstation, te voet van Herat naar Kabul (Prometheus, Amsterdam 2007) en ik nam het gelukkig nog mee, met dank aan Dekker vd Vegt, die het in een dag voor mij bestelde.
Ik ben er nu twee dagen in aan het lezen en het is werkelijk fascinerend. In Januari 2002 wandelde de Schot Rory Stewart als eerste toerist in het net bevrijd Afghanistan, een land gevangen tussen vijndige staten, strijdende facties en botsende ideologien. Stewart volgde de vrijwel ontoegankeljke bergroute die de Mogolkeizer Babur eeuwen eerder had afgelegd. Ik weet nu ook al waarde naam Turquoise Mountain vandaan komt: een afgelegen bergstreek die in de Oudheid ooit twee beschavingen had gekend, de boedhistische cultuur van Bamian en Firoz Koh, de Turquoise Berg, een verloren gegane Islamitische hoofdstad. Een aanrader dus voor eenieder die in de toekomst hier wil komen wandelen als het toerisme aantrekt (Guillaume). De New York Times zegt: "Er zijn heel wat moedige reisboekenschrijvers, maar naast Stewart verbleken ze tot zusjes Hilton(.....) Als je vastbesloten bent om iets volslagen ideoots te doen en door een ooorlogsgebied gaat wandelen, maak je de meeste kans de overmijdelijke kritiek neer te slaan door simpelweg een meesterwerk te schrijven. Stewart heeft dat gedaan. Tussenstation is bijna te goed om waar te zijn."
Ik ga nu verder lezen in het tweede deel, we zijn nu gewandeld tot de Turquoise Mountain.
Mijn wandeling vandaag wordt vaak onderbroken, maar het was de moeite waard. Ik kreeg bezoek van Abdu Karim, Judge van de Surpreme Court in Afghanistan. Hij is de broer van Sonia, een van de studenten uit Bess'inburgeringscursus bij Alexander Calder in Nijmegen. Sonia had wat kleinigheden voor hem meegestuurd en die kwam hij ophalen. Onder de grote boom zaten we wat te praten, Abdu sprak voortreffelijk engels. Wat wist ik van Sonia, een vluchteling uit Afghanistan. Onder de boom werd het me een beetje duidelijker. Sonia was al op jonge leeftijd uitgehuwelijkt aan een vreselijk oude man, die in de hele familie gehaat werd. Ze is letterlijk Afghanistan uitgevlucht voor die man. Ze wil graag in Nederland verder gaan studeren en ze is tegenover Abdu enorm positief over Bess'cursus, ze chatten bijna elke dag. Ik had net gelezen dat volgens Maurice de Hond Trots op Nederland de tweede grootste partij van Nederland gaat worden en ik vroeg me af hoelang de Sonia's van deze wereld nog hun illusies en idealen in Nederland kunnen realiseren.............
Volgens Abdu is het leven zwaar in Kabul. Hij was vanochtend maar niet naar de stad gegaan, want hij verwachtte moeilijkheden. Hij vertelde me dat zijn salaris als een van de topmensen van de Kharzai regering ongeveer 50 Euro per maand is. Binnenkort gaat hij me uitnodigen voor een bezoek aan zijn huis, waar hij woont met zijn Moeder en nog wat meer broertjes en zusjes. Als ik wat nodig had, moest ik hem maar bellen....... Een boeiende ontmoeting.
Mijn week was verder prima. Dinsdag ging ik met onze grantmanager Ellie naar de Turquoise Mountain Foundation hier in Kabul. Het is een organisatie waarvan HRH The Prince van Wales en HE The President of Afghanistan de presidenten zijn en de Chief Executive is een zekere Rory Stewart. We werden ontvangen door een leuke Brit, Graham, die ons enthousiast alles vertelde over een nieuw type school dat ze aan het ontwikkelen zijn: geen gebruik maken van duur geimporteerd cement, maar van lokale materialen. Het was een stimulerend bezoek voor ons, want we willen vele nieuwe scholen gaan bouwen in Uruzgan en Kandahar en misschien kunnen we de methode van Turquoise Mountain wel gaan gebruiken. Vooral als de communities het onderhoud van de school met eigen materialen kunnen gaan doen en niet aangewezen zijn op duur geimporteerd cement is dat van groot belang voor de duurzaamheid van de scholen. Het was een prima en stimulerend bezoek.
Thuis gekomen had ik het prachtige boek over How we missed the Story uit en pakte ik het volgende project op en de coincidentie sloeg toe. Een van mijn laatste dagen in Nederland had een goede vriendin Bet, me gewezen op een volgens haar prima boek van ja, Rory Stewart: Tussenstation, te voet van Herat naar Kabul (Prometheus, Amsterdam 2007) en ik nam het gelukkig nog mee, met dank aan Dekker vd Vegt, die het in een dag voor mij bestelde.
Ik ben er nu twee dagen in aan het lezen en het is werkelijk fascinerend. In Januari 2002 wandelde de Schot Rory Stewart als eerste toerist in het net bevrijd Afghanistan, een land gevangen tussen vijndige staten, strijdende facties en botsende ideologien. Stewart volgde de vrijwel ontoegankeljke bergroute die de Mogolkeizer Babur eeuwen eerder had afgelegd. Ik weet nu ook al waarde naam Turquoise Mountain vandaan komt: een afgelegen bergstreek die in de Oudheid ooit twee beschavingen had gekend, de boedhistische cultuur van Bamian en Firoz Koh, de Turquoise Berg, een verloren gegane Islamitische hoofdstad. Een aanrader dus voor eenieder die in de toekomst hier wil komen wandelen als het toerisme aantrekt (Guillaume). De New York Times zegt: "Er zijn heel wat moedige reisboekenschrijvers, maar naast Stewart verbleken ze tot zusjes Hilton(.....) Als je vastbesloten bent om iets volslagen ideoots te doen en door een ooorlogsgebied gaat wandelen, maak je de meeste kans de overmijdelijke kritiek neer te slaan door simpelweg een meesterwerk te schrijven. Stewart heeft dat gedaan. Tussenstation is bijna te goed om waar te zijn."
Ik ga nu verder lezen in het tweede deel, we zijn nu gewandeld tot de Turquoise Mountain.
Mijn wandeling vandaag wordt vaak onderbroken, maar het was de moeite waard. Ik kreeg bezoek van Abdu Karim, Judge van de Surpreme Court in Afghanistan. Hij is de broer van Sonia, een van de studenten uit Bess'inburgeringscursus bij Alexander Calder in Nijmegen. Sonia had wat kleinigheden voor hem meegestuurd en die kwam hij ophalen. Onder de grote boom zaten we wat te praten, Abdu sprak voortreffelijk engels. Wat wist ik van Sonia, een vluchteling uit Afghanistan. Onder de boom werd het me een beetje duidelijker. Sonia was al op jonge leeftijd uitgehuwelijkt aan een vreselijk oude man, die in de hele familie gehaat werd. Ze is letterlijk Afghanistan uitgevlucht voor die man. Ze wil graag in Nederland verder gaan studeren en ze is tegenover Abdu enorm positief over Bess'cursus, ze chatten bijna elke dag. Ik had net gelezen dat volgens Maurice de Hond Trots op Nederland de tweede grootste partij van Nederland gaat worden en ik vroeg me af hoelang de Sonia's van deze wereld nog hun illusies en idealen in Nederland kunnen realiseren.............
Volgens Abdu is het leven zwaar in Kabul. Hij was vanochtend maar niet naar de stad gegaan, want hij verwachtte moeilijkheden. Hij vertelde me dat zijn salaris als een van de topmensen van de Kharzai regering ongeveer 50 Euro per maand is. Binnenkort gaat hij me uitnodigen voor een bezoek aan zijn huis, waar hij woont met zijn Moeder en nog wat meer broertjes en zusjes. Als ik wat nodig had, moest ik hem maar bellen....... Een boeiende ontmoeting.
zondag 20 april 2008
Zondagavond
Ik hoor zojuist op radio 1 op het internet dat PSV toch kampioen van Nederland is geworden, jammer maar waar, echter op deze blog praten we alleen over Afghanistan. Giusteren dus mijn tweede uitgebreide trip gemaakt in Kabul. Van mijn vorige bezoek herinnerde ik me dat de beste boekhandel zich bevindt in het Intercontinental Hotel, dus bezoeken. Het Hotel is prachtig gelegen op een hoge heuvel van waaruit men een schitterend overzicht heeft over heel Kabul. Het was een teleurstelling. Het hotel is in crisis, van de 250 kamers waren er slechts 30 bezet en er is weinig meer te doen, de vele winkels die er waren zijn gesloten en mijn geliefde boekhandel is verhuist naar een plek in het centrum. Met mijn Australische huisgenoot dronken we er een espresso koffie in een verder lege koffiebar.....
Teruggereden naar de stad en mijn boekhandel gevonden; Shah M Book Co, Printers, Publishers and Book sellers floreert als nooit te voren. Het kleine winkeltje uit het Intercontinental Hotel is uitgebreid tot een groot bedrijf, drie verdiepingen vol met nieuwe en oude boeken over Afghanistan, een speciale afdeling voor schoolboeken en een grote hoeveelheid Chinese stationary ook voor de schoolkinderen. We bleven er ruim twee uur en we konden met eigen ogen zien dat het goede business was. Het was moeilijk om een keuze te maken uit het vele aanbod. Turaj, bedrijfsleider en zoon van de oprichter van de bookshop adviseerde mij om het boek van Ahmed Rashid als eerste te gaan lezen. De titel is Islam, Oil and the Great Game in Central Asia. Rashid kende ik al van voetnoten van eerder genoemde boeken, het is een Pakistaanse journalist die vele boeken geschreven heeft over Afghanistan. Het is leuk om nu eens een boek te lezen van iemand uit de regio hier. Als ik het uit heb zal ik het weer kort bespreken hier.
Vandaag weer hard gewerkt aan een nieuw voorstel voor Save om in te dienen bij een tender van de World Bank. Het gaat over het opleiden van leraren voor middelbare scholen in zeven provincies in Afghanistan. Ik doe dat samen met mijn Australische collega Elly, die al een paar weken aan het voorstel aan het werken is. Deze week moeten we het indienen, dus ik zal niet veel meer kunnen schrijven op mijn blog.
Even nog een subtiel grapje uit deze Islamitische Republiek Afghanistan, Save the Children heeft een onderwijsnota geschreven voor de wereldwijde Alliantie van Save the Childrengroepen. De nota heeft de naam Rewrite the future. Het thema is duidelijk: door kinderen over de hele wereld beter onderwijs te geven kun je hun toekomst duidelijk verbeteren. Die titel werd niet overgenomen door de Afghanen: het is niet het onderwijs dat de toekomst van de kinderen verbeterd, alleen Allah kan dat doen. Daarom is de nota hier gepubliceerd onder de titel: better education, better future.
Teruggereden naar de stad en mijn boekhandel gevonden; Shah M Book Co, Printers, Publishers and Book sellers floreert als nooit te voren. Het kleine winkeltje uit het Intercontinental Hotel is uitgebreid tot een groot bedrijf, drie verdiepingen vol met nieuwe en oude boeken over Afghanistan, een speciale afdeling voor schoolboeken en een grote hoeveelheid Chinese stationary ook voor de schoolkinderen. We bleven er ruim twee uur en we konden met eigen ogen zien dat het goede business was. Het was moeilijk om een keuze te maken uit het vele aanbod. Turaj, bedrijfsleider en zoon van de oprichter van de bookshop adviseerde mij om het boek van Ahmed Rashid als eerste te gaan lezen. De titel is Islam, Oil and the Great Game in Central Asia. Rashid kende ik al van voetnoten van eerder genoemde boeken, het is een Pakistaanse journalist die vele boeken geschreven heeft over Afghanistan. Het is leuk om nu eens een boek te lezen van iemand uit de regio hier. Als ik het uit heb zal ik het weer kort bespreken hier.
Vandaag weer hard gewerkt aan een nieuw voorstel voor Save om in te dienen bij een tender van de World Bank. Het gaat over het opleiden van leraren voor middelbare scholen in zeven provincies in Afghanistan. Ik doe dat samen met mijn Australische collega Elly, die al een paar weken aan het voorstel aan het werken is. Deze week moeten we het indienen, dus ik zal niet veel meer kunnen schrijven op mijn blog.
Even nog een subtiel grapje uit deze Islamitische Republiek Afghanistan, Save the Children heeft een onderwijsnota geschreven voor de wereldwijde Alliantie van Save the Childrengroepen. De nota heeft de naam Rewrite the future. Het thema is duidelijk: door kinderen over de hele wereld beter onderwijs te geven kun je hun toekomst duidelijk verbeteren. Die titel werd niet overgenomen door de Afghanen: het is niet het onderwijs dat de toekomst van de kinderen verbeterd, alleen Allah kan dat doen. Daarom is de nota hier gepubliceerd onder de titel: better education, better future.
zaterdag 19 april 2008
Vrijdagavond
Zojuist voor het eerst de stad in geweest. We gingen op zoek naar een ATM machine om wat geld te organiseren. Volgens informatie zou die zich moeten bevinden in het Kaboel Trading Centre. Het was opmerkelijk hoeveel ik nog wist van de stad na mijn korte bezoek in 2003. We passeerden het Ministerie van Onderwijs en de Nederlandse Ambassade alvorens aan te komen bij het Centre, een ultra modern winkelcentrum; echter de ATM was out of order. Een uitermate vriendelijke guard verwees ons naar de Afghanistan International Bank, op de hoek van de beroemde Chicken Street, de belangrijkste winkelstraat van Kaboel. En ja hoor, er rolden 5000 Afghani uit de machine (1 Euro = 75 Afghani), gewoon met mijn Nederlandse bankpas en pincode. Afganistan gaat dus ondanks alles mee in de vaart der volkeren, een positief teken. We weten nu ook dat toekomstige toeristen naar dit prachtige land geen geld hoeven meenemen. Het was verder een gezellige vrijdagavond drukte in de Chickenstreet, maar we hadden geen tijd om er veel van te zien, het was al laat.
vrijdag 18 april 2008
Vrijdagmorgen
Deze vrijdagmorgen, onze vrije dag, hoorde ik eerst mijn Directeur in Den Haag dat er vanochtend twee Nederlanders waren verongelukt in Urruzgan. Later hoorde ik hetzelfde bericht op de BBC worldservice en ik keek verder op teletekst en de NRC. Men zegt hier dat slechts een percent van de Afghanen taliban affiliaties hebben, maar ze zijn het met me eens dat deze een percent veel troep en rotzooi kunnen maken en ons opbouwwerk behoorlijk kunnen verstieren.
Na een prima vlucht via Dubai, met dank aan een vriend die drie stoelen voor me had weten te versieren, kwam ik hier dinsdagochtend aan. Sindsdien heb ik deelgenomen aan meetings en heb ik vele nieuwe mensen leren kennen. SCF Afghanistan is een grote organisatie, met enkele honderden werknemers. Twee Fransen, Indiers, Bangladeshis en natuurlijk de overgrote meerderheid Afghanen, die allen behoren bij de 99% goedwillenden. iemand vroeg me al uit Nederland of ik al een talibaan gezien had, nee hoor, ze lopen geloof ik niet in uniform.
Ik woon in een van de twee guesthouses van Save, heb een prachtige grote kamer die uitkijkt op een tuin met een grote oude Afghaanse boom in het midden. Ik vraag me af wat hij of zij allemaal al heeft meegemaakt, ik zal daar moeilijk achter kunnen komen.......
In ons guesthouse wonen nu twee fransen en een Kenyaan, onze financiele directeur, die al enkele malen prima Ugali voor me heeft gekookt. We hebben vele gemeenschappelijke kennissen in Nairobi, die hij volgende week zal groeten als hij voor twee weken naar Kenya gaat.
Ik verplaats me van het guesthouse naar het kantoor in een auto van Save. Veel meer van Kaboel heb ik nog niet gezien. Het schijnt dat de veiligheidsmaatregelen die internationale organisaties moeten nemen voor hun personeel groter zijn dan in in 2003, toen ik hier voor een maand was. In die tijd kon ik zelf met een auto rondrijden, dat is er nu niet meer bij.
Na een prima vlucht via Dubai, met dank aan een vriend die drie stoelen voor me had weten te versieren, kwam ik hier dinsdagochtend aan. Sindsdien heb ik deelgenomen aan meetings en heb ik vele nieuwe mensen leren kennen. SCF Afghanistan is een grote organisatie, met enkele honderden werknemers. Twee Fransen, Indiers, Bangladeshis en natuurlijk de overgrote meerderheid Afghanen, die allen behoren bij de 99% goedwillenden. iemand vroeg me al uit Nederland of ik al een talibaan gezien had, nee hoor, ze lopen geloof ik niet in uniform.
Ik woon in een van de twee guesthouses van Save, heb een prachtige grote kamer die uitkijkt op een tuin met een grote oude Afghaanse boom in het midden. Ik vraag me af wat hij of zij allemaal al heeft meegemaakt, ik zal daar moeilijk achter kunnen komen.......
In ons guesthouse wonen nu twee fransen en een Kenyaan, onze financiele directeur, die al enkele malen prima Ugali voor me heeft gekookt. We hebben vele gemeenschappelijke kennissen in Nairobi, die hij volgende week zal groeten als hij voor twee weken naar Kenya gaat.
Ik verplaats me van het guesthouse naar het kantoor in een auto van Save. Veel meer van Kaboel heb ik nog niet gezien. Het schijnt dat de veiligheidsmaatregelen die internationale organisaties moeten nemen voor hun personeel groter zijn dan in in 2003, toen ik hier voor een maand was. In die tijd kon ik zelf met een auto rondrijden, dat is er nu niet meer bij.
woensdag 9 april 2008
Voorbereiding
Het tweede boek is voor de fijnproevers. De fascinerende beschrijving van Roy Gutman: How we Missed the Story, Osama bin Laden, the Taliban and the hijacking of Afghanistan. United States Institute of Peace, Washington, 2008, is een aanrader voor eenieder, die nu wel eens de werkelijke achtergronden van het mondiaal terrorisme wil weten. Het boek geeft een gedetailleerde weergave van hoe de USA in het begin van de negentiger jaren de ogen dicht had over wat er gebeurde in Afghanistan. Ze hadden geen interesse voor het straatarme Afghanistan en geen kennis van het radikale islamisme, hetgeen zou leiden tot de terreurdaden in Nairobi en 9/11. Het boek leest niet gemakkelijk weg vanwege de enorm vele details, maar is vooral van groot belang voor eenieder, die twijfelt aan het grote nut van contacten met en kennis van wat er gebeurt in "failed states", Afghanistan, Somalie, etc. Ontwikkelingshulp is dus cruciaal om onze cultuur te handhaven (sic).
Ik heb de tentoonstelling "Verborgen Afghanistan" in de Nieuwe Kerk in Amsterdam bezocht. Het is een aanrader voor eenieder die is geinteresseerd in de oude rijke geschiedenis van Afghanistan. De tenstoonstelling is nog open tot 20 April en er is een prachtige catalogus verschenen. Gaan kijken dus.
Er is een nieuwe Lonely Planet gids uitgekomen over Afghanistan in 2007. Prachtige fotos van het imposante landschap van Afghanistan en verder de bekende informatie.
Zeer de moeite waard is de film Kandahar uit 2001 van de Iraanse regisseur Mohsen Makhmalbaf, genomineerd voor de gouden palm van Cannes. Kandahar is een felle aanklacht tegen humanitaire onverschilligheid en politiek cynisme. De film toont niet alleen de gevolgen van twintig jaar burgeroorlog maar schildert ook de schoonheid van het Afghaanse woestijnlandschap en laat de vrouwenonderdrukkende burka zien als gewaad van oosterse mysterieuze schoonheid. Een prachtige film, verkrijgbaar in de videotheek of de betere video winkel. In dit landschap gaan we dus de kinderen onderwijs geven.
Ik heb de tentoonstelling "Verborgen Afghanistan" in de Nieuwe Kerk in Amsterdam bezocht. Het is een aanrader voor eenieder die is geinteresseerd in de oude rijke geschiedenis van Afghanistan. De tenstoonstelling is nog open tot 20 April en er is een prachtige catalogus verschenen. Gaan kijken dus.
Er is een nieuwe Lonely Planet gids uitgekomen over Afghanistan in 2007. Prachtige fotos van het imposante landschap van Afghanistan en verder de bekende informatie.
Zeer de moeite waard is de film Kandahar uit 2001 van de Iraanse regisseur Mohsen Makhmalbaf, genomineerd voor de gouden palm van Cannes. Kandahar is een felle aanklacht tegen humanitaire onverschilligheid en politiek cynisme. De film toont niet alleen de gevolgen van twintig jaar burgeroorlog maar schildert ook de schoonheid van het Afghaanse woestijnlandschap en laat de vrouwenonderdrukkende burka zien als gewaad van oosterse mysterieuze schoonheid. Een prachtige film, verkrijgbaar in de videotheek of de betere video winkel. In dit landschap gaan we dus de kinderen onderwijs geven.
Voorbereiding
Tijdens mijn voorbereiding heb ik veel geleerd van enkele belangrijke boeken die ik hier wil noemen.
Het eerste boek is van Sarah Chayes en getiteld: De terugkeer van de Chaos, Afghanistan van binnenuit. Het is uitgegeven bij Meulenhof in 2007. Na haar aankomst in Afghanistan een aantal jaren geleden, waar ze als radioverslaggeefster het laatste verzet van de Talibaan zou verslaan, besluit Sarah te gaan wonen in Kandagar in Zuid Afghanistan, de oude hoofdstad van Afghanistan en het hoofdkwartier van de Taliban. Daar ziet ze hoe de pogingen om het land weer op te bouwen en een democratie te stichten uitlopen op een drama. De Taliban zijn min of meer verdwenen, maar Amerikaanse functionarissen staan toe dat de corruptie en wrede krijgsheren opnieuw aan de macht komen. Verenigde Taliban strijders weten, gesteund door Pakistan, Afghanistan opnieuw te infiltreren. "Clayes geeft een portret van Afghanistan dat de beste journalistiek overtreft" (Washington Post). Het is een prima leesbaar en toegankelijk boek, veel geschiedenis en achtergronden. Soms een beetje teveel ''Amerikaans". Ze woont nu nog in Kandahar, dus later meld ik meer over haar.
Het eerste boek is van Sarah Chayes en getiteld: De terugkeer van de Chaos, Afghanistan van binnenuit. Het is uitgegeven bij Meulenhof in 2007. Na haar aankomst in Afghanistan een aantal jaren geleden, waar ze als radioverslaggeefster het laatste verzet van de Talibaan zou verslaan, besluit Sarah te gaan wonen in Kandagar in Zuid Afghanistan, de oude hoofdstad van Afghanistan en het hoofdkwartier van de Taliban. Daar ziet ze hoe de pogingen om het land weer op te bouwen en een democratie te stichten uitlopen op een drama. De Taliban zijn min of meer verdwenen, maar Amerikaanse functionarissen staan toe dat de corruptie en wrede krijgsheren opnieuw aan de macht komen. Verenigde Taliban strijders weten, gesteund door Pakistan, Afghanistan opnieuw te infiltreren. "Clayes geeft een portret van Afghanistan dat de beste journalistiek overtreft" (Washington Post). Het is een prima leesbaar en toegankelijk boek, veel geschiedenis en achtergronden. Soms een beetje teveel ''Amerikaans". Ze woont nu nog in Kandahar, dus later meld ik meer over haar.
Abonneren op:
Posts (Atom)